24/05/2026
Oude Jouke is bekend geworden door zijn ‘schatten’, de schamele bezittingen die na zijn dood waren overgebleven en door Jopie liefdevol op het doek vastgelegd. Hij had Jouke eerder al eens getekend, in zijn onderkleding, tot onbegrip van de geportretteerde zelf. Hij kon niet begrijpen dat Jopie daar een tekening van kon maken.
Jouke Dijkstra woonde in Herbayum, tegenover het kerkhof, in een woninkje dat tochtig en in verval was, gespeend van alle basale voorzieningen. Niet dat dat Jouke iets kon schelen trouwens, hij had praktisch niets nodig en wat hij aan inboedel had, was voornamelijk afkomstig van de vuilstort in Franeker. Hij merkte op dat het huis misschien wel op de monumentenlijst kon worden geplaatst; en dan de baas er maar bij, voegde hij eraan toe. Eten ging ‘wat ongelijk’ en veel werk van de was had hij ook niet, dat bleek wel uit de kleding die hem dag en nacht (in de bedstee) de nodige warmte verschafte. Hij was, ook op zijn 84ste, nooit ziek. Drie keer per jaar zwom hij in het kanaal. Hij had drie jaar in Indië gediend en had jarenlang als melkknecht in Duitsland en Frankrijk en later als boerenarbeider in Friesland de kost verdiend. Tussendoor was hij ‘zwerfman’. Getrouwd was Jouke nooit.
Jopie schilderde De schatten van Oude Jouke toen die op zijn 87ste, zo gezond als een vis, naar het rusthuis ging. Enkele van de schatten waren de blokken Sunlight zeep. Jouke vertelde Jopie dat ze 36 jaar oud waren. Hij wist dat zo precies omdat ze van zijn moeder waren geweest, die was 36 jaar daarvoor overleden en hij had ze maar laten liggen.
Jopie: ‘Jouke waste zich nooit. Ik zei tegen hem: je had je er toch ook wel eens mee kunnen wassen? Nou, toen keek hij me toch verontwaardigd aan. Dat had ik ook niet moeten zeggen natuurlijk, ik was mezelf ook nooit, dus ik kon het goed begrijpen. Ik zei met opzet, om hem te plagen, tegen hem: waarom was je je nooit? En toen zei hij: zodra onze lieve heer het zeepsop laat regenen, dan ga ik mij met zeep wassen.’
Schilderij: De schatten van Oude Jouke, 1977