31/05/2026
De twintigste eeuw was in Nederland de eeuw van de sigaret. Waar tabak rond 1900 nog vooral werd gebruikt in de vorm van sigaren, pijptabak en pruimtabak, groeide de sigaret in de loop van de eeuw uit tot een massaproduct dat diep verweven raakte met het dagelijks leven, de economie en de cultuur. Roken hoorde bij ontspanning, bij het werk, bij sociale contacten en zelfs bij status en emancipatie. Tegelijkertijd veranderde het maatschappelijke beeld van tabak drastisch: van een geaccepteerd genotsmiddel naar een belangrijke oorzaak van ziekte en sterfte.
Aan het begin van de twintigste eeuw was Nederland een land van sigarenrokers. Vooral mannen rookten sigaren of pijp, vaak geproduceerd in kleine tabaksfabrieken in steden zoals Eindhoven, Kampen en Amsterdam. Roken was sterk verbonden aan mannelijkheid en gezelligheid. In cafés, op kantoor en thuis hing vrijwel altijd tabaksrook.
Sigaretten bestonden wel, maar werden nog relatief weinig gebruikt. Ze waren duurder en hadden aanvankelijk een wat “moderne” of buitenlandse uitstraling. De Eerste Wereldoorlog veranderde dat. Hoewel Nederland neutraal bleef, zorgden internationale ontwikkelingen ervoor dat de sigaret populairder werd. Soldaten in andere Europese landen kregen sigaretten uitgedeeld, en dat gebruik verspreidde zich daarna snel door Europa.
Vanaf de jaren twintig en dertig nam het sigarettenverbruik sterk toe. Machines maakten massaproductie mogelijk, waardoor sigaretten goedkoper en toegankelijker werden. Reclame speelde hierbij een grote rol. Tabaksmerken verschenen in kranten, op affiches en later op radio en televisie. Roken werd gekoppeld aan vrijheid, elegantie en succes.
Na de Tweede Wereldoorlog groeide de populariteit explosief. Nederland beleefde economische groei, en sigaretten werden een vanzelfsprekend consumptieartikel. Veel Nederlanders rookten dagelijks, vaak meerdere pakjes per week. Werkgevers deelden soms sigaretten uit tijdens pauzes, en in treinen, restaurants en bioscopen mocht vrijwel overal gerookt worden.
In de eerste helft van de eeuw rookten vooral mannen, maar vanaf de jaren vijftig en zestig veranderde dat. Reclame richtte zich steeds vaker op vrouwen. Sigaretten werden gepresenteerd als symbool van onafhankelijkheid en moderniteit. Voor veel vrouwen hoorde roken bij een nieuwe, vrijere levensstijl.
In films en tijdschriften verschenen acteurs, artiesten en modellen met sigaretten. Jongeren namen dit gedrag over. In de jaren zestig en zeventig werd roken onderdeel van de jeugdcultuur en het uitgaansleven.
Hoewel artsen al eerder vermoedens hadden, werd vanaf de jaren vijftig wetenschappelijk steeds duidelijker dat roken ernstige gezondheidsproblemen veroorzaakte. Onderzoek toonde verbanden aan tussen tabaksgebruik en longkanker, hart- en vaatziekten en chronische longaandoeningen.
Deze inzichten leidden langzaam tot maatschappelijke discussie. Aanvankelijk reageerden tabaksfabrikanten defensief en probeerden zij twijfel te zaaien over de onderzoeken. Toch groeide het bewustzijn onder het publiek.
Vanaf de jaren zeventig begon de Nederlandse overheid voorzichtig maatregelen te nemen door gezondheidswaarschuwingen op verpakkingen te plaatsen, reclame voor tabak te beperken en campagnes te voeren tegen (mee-)roken.
In de jaren tachtig en negentig veranderde de houding tegenover roken sterk. Niet-rokers gingen zich steeds vaker verzetten tegen rook in openbare ruimtes. Het idee dat iedereen overal mocht roken verdween langzaam.
De overheid voerde strengere regels in. Tabaksreclame werd verder beperkt en op scholen en werkplekken ontstonden rookvrije zones. Ook steeg de accijns op tabaksproducten regelmatig.
Tegelijkertijd daalde het aantal rokers langzaam, vooral onder hoger opgeleiden. Gezondheid, sport en een bewuste levensstijl werden belangrijker. Toch bleef tabaksgebruik een groot maatschappelijk probleem. Aan het einde van de twintigste eeuw overleden jaarlijks duizenden Nederlanders aan de gevolgen van roken.
Tabak speelde ook economisch een belangrijke rol. De tabaksindustrie bood werk aan duizenden mensen, van fabrieksarbeiders tot winkeliers. De overheid verdiende bovendien veel geld aan accijnzen op sigaretten en andere tabaksproducten.
Hierdoor ontstond een spanningsveld: enerzijds wilde de overheid de volksgezondheid beschermen, anderzijds leverde tabak grote belastinginkomsten op.
Tabaksgebruik heeft in de twintigste eeuw een enorme invloed gehad op de Nederlandse samenleving. Roken veranderde van een luxe gewoonte voor een beperkte groep in een massale dagelijkse activiteit die vrijwel overal zichtbaar was. Tegelijkertijd groeide het besef van de schadelijke gevolgen voor de gezondheid.
Aan het einde van de eeuw was de maatschappelijke houding tegenover roken fundamenteel veranderd. Wat ooit symbool stond voor vrijheid en moderniteit, werd steeds meer gezien als een risico voor zowel de roker als de omgeving. Daarmee legde de twintigste eeuw de basis voor het moderne antirookbeleid van de eenentwintigste eeuw.
Kom onze collectie rokersartikelen bekijken in ons museum!