15/06/2026
Oranje boven of toch niet,
In de jaren tachtig van de achttiende eeuw heerste er in ons land grote onrust door de tegenstelling tussen de patriotten en de orangisten, de aanhangers van stadhouder Willem V. Aanvankelijk hadden de patriotten veel invloed op het landsbestuur. Als teken van hun steun aan de stadhouder droegen de orangisten oranje kleding. De patriotten verboden dit echter. Ook het zingen van het lied *Oranje boven* was niet langer toegestaan.
Met de hulp van zijn zwager, de koning van Pruisen, wist Willem V in 1787 zijn macht te herstellen. Daarna werd het dragen van oranje juist verplicht gesteld. Uiteindelijk werd een compromis bereikt: het dragen van oranje was niet langer verplicht, maar wel toegestaan.
Ook de Ommerschans kreeg te maken met de strijd tussen patriotten en orangisten.
In de achttiende eeuw werd de Ommerschans uitgebreid en versterkt als belangrijk wapen- en munitiedepot van de Republiek. Volgens de ideeën van vestingbouwer Menno van Coehoorn kreeg de vesting haar karakteristieke stervorm, met wallen, grachten en ravelijnen.
Ondertussen namen de spanningen tussen de patriotten en de aanhangers van Willem V verder toe. De patriotten streefden naar meer politieke invloed en richtten in verschillende steden militaire vrijkorpsen op.
Om zich van wapens te voorzien, overvielen vrijkorpsen uit Zwolle en Vollenhove op 13 juni 1787 de Ommerschans. Rond vier uur ’s morgens drongen zij de schans binnen nadat de ophaalbrug was neergelaten. De wachten werden ontwapend en majoor Gerard Prins, commandant van de schans, werd in zijn woning gegijzeld. Ondanks herhaalde verzoeken weigerde hij het bevel over te dragen en de sleutels van de magazijnen af te geven.
Toen de sleutels uiteindelijk werden gevonden, begonnen de patriotten met het afvoeren van de wapens. Daarvoor waren ongeveer veertig wagens nodig. De operatie nam bijna een week in beslag.
Op 20 juni kreeg majoor Prins de sleutels weer in handen. De overval had geen gevolgen voor zijn loopbaan. Hij bleef commandant van de Ommerschans tot zijn ontslag in 1795. Daarna vestigde hij zich als kruidenier in Steenwijk.