25/11/2024
Jongeren in zwarte kleding wagen leven op Scheveningse havenhoofden op zoek naar drugs: ’Coke? Ho ho, wij zijn vogelspotters’
De Scheveningse havenhoofden zijn gesloten omdat ze levensgevaarlijk zijn. Toch lopen er in de nacht van zaterdag op zondag voortdurend mensen over het Noordelijk en Zuidelijk Havenhoofd. Ze schieten tussen de enorme rotsblokken door. Ze geven nauwelijks om de keiharde wind en de striemende waterhozen die ze over zich heen krijgen. „Zoeken naar coke? Ho ho, ik ben gewoon een vogelspotter.”
Een Scheveningse loopt zondagochtend in alle vroegte met haar hond van het strand af. Ze grijnst als ze de vraag krijgt of het drukker is dan normaal. „Mijn lief liep hier gisteren en die heeft met eigen ogen de pakken coke gezien. Ja, wij laten dat liggen. Maar er zijn nu wel opvallend veel meer mensen dan normaal. En ik zie ze niet met een hond lopen. Dus ja, ik denk ook dat ze echt op zoek zijn naar cocaïne die aanspoelt.”
350 kilo cocaïne aangespoeld tussen Scheveningen en Katwijk
De politie laat zich zondagmorgen pas tegen negen uur zien op het Noordelijk Havenhoofd. De douane checkt het Zuidelijk Havenhoofd. Verschillende mannen worden aangesproken wat zij aan het doen zijn op de havenhoofden. Ja, de vier hardlopers met neongekleurde shirts en loopschoenen aan geloven ze wel, maar een man in een Parajumpers-jas, capuchon op en Nike Air Max aan, moet zijn tas openen. Gierend van het lachen: „Denk je dat als ik een blokkie had gevonden, ik dan nog hier had gestaan? Dan was pappie allang naar huis geweest.” De handelswaarde van een kilo cocaïne schommelt de laatste maanden tussen 18.500 en 32.000 euro.
Voor het weekend spoelde aan de kust tussen Scheveningen en Katwijk zo’n 350 kilo cocaïne aan. Op filmpjes is te zien hoe meerdere pakketjes verpakt waren in zwart plastic.
De politie schaalde op en zette zwaarbewapende agenten, een helikopter, vliegtuig en boten in om zoveel mogelijk drugs te onderscheppen. Zaterdag bleken er rond Scheveningen nog meer kilo’s aan te spoelen. Bij navraag bagatelliseerde de politie de aantallen. Het zou gaan om slechts enkele pakketten. Ooggetuigen zeggen dat het er meer waren. De vrouw die haar hond uitliet zegt: „De pakketten waren duidelijk zichtbaar en omdat ze eerder waren gevonden, wist iedereen wel waar het om ging.”
De politie laat zich niet uit over de herkomst van de coke. Het lijkt alsof de drugs gedumpt zijn en dat het mis is gegaan met het ophalen op zee.
Zwarte kleding
Het was zondagmorgen reden voor veel jonge mannen – veelal gehuld in zwarte kleding – om een kijkje te nemen. Een tiener komt uitgelaten zijn verhaal doen. Grappend: „Je bent te laat, ik heb net vijf kilo gevonden.” Dan serieus: „Ik heb vannacht twee keer mijn legitimatie moeten tonen. De politie is hier meerdere keren geweest. Maar ja, wij zijn hier natuurlijk voor hele andere zaken. Ik ben al mijn hele leven dol op vogels.” Met een knipoog: „Het zou kunnen, toch?”
Anderen zijn minder loslippig. Die wantrouwen elke buitenstaander. Ze houden aan het water hun blik strak op de grond gericht en gaan elke vraag uit de weg. Als ze even later met zoeklichten tussen de rotsblokken lopen, is wel duidelijk dat ze niet uitkijken naar een nieuwe meeuwensoort.
Twee wandelaars langs de kustlijn nemen alle drukte op het strand verwonderd in zich op. De man en vrouw gebruiken het Zuidelijk Havenhoofd iedere zondag als een soort kleedkamer. De man: „Wij lopen een uur en zwemmen dan hier. Dat doen we al drie jaar onafgebroken. En dan kleden we ons om achter een van de rotsblokken. Maar zo druk als vandaag heb ik het in de wintermaanden nog nooit meegemaakt.”
’Ik moet er niet aan denken’
Ze stappen het water in. Het is bitterkoud. „Elf graden. Maar vier minuten houden we het wel uit”, zegt hij. Als de man zijn kleren wil pakken, mist er een rugtasje met zijn t-shirt. „Ben ik nou gek of heeft iemand…” Hij maakt zijn zin niet af. „Nee dat kan niet. Ze komen niet voor een t-shirtje. Ze komen voor iets heel anders. Wij zochten niet, maar we hebben ook niets gevonden. Ook in de zee lag niks.” Met een knipoog: „Maar wij hadden het teruggegeven. Man, ik ben blij dat ik het leven heb. Ik moet er niet aan denken dat ik naar zoiets als cocaïne op zoek moet.”