Oud-Notarieel Rotterdam

Oud-Notarieel Rotterdam Verhalen uit het Rotterdams Oud-Notarieel Archief

Op de website van Stadsarchief Rotterdam is een schatkamer vol waargebeurde verhalen uit het alledaagse leven rond 1600 in de Maasstad te vinden. Klik op deze link:

https://l.facebook.com/l.php?u=https%3A%2F%2Fstadsarchief.rotterdam.nl%2Fzoek-en-ontdek%2Fnotariele-akten%2Findex.xml%3Ffbclid%3DIwAR2E-ugrMdbQZwCw040aObZQKzE8XUsUu9Dv9wUp4dejQ2i1-zqiLwFcnn0&h=AT0i7nenI_mUpZ06_rd_09cJfNINOdbq8Xfz0qnh

eRJOtBXc3ossGN4zDSJo763ISpY_q1qQiYVWFAQxGWwp6bPewCM4u2weAD540Oo76lndXa0rynP7bPSF_k8iUXmbupdcQR7iKDm5&s=1


en vul een of meerdere sleutelwoorden in het eerste zoekvakje in en ga op avontuur !

Onlangs berichtte deze rubriek over de voormalige hofstede Weena, een kleine tien minuten gaans van het vroegere Hofpoor...
02/06/2026

Onlangs berichtte deze rubriek over de voormalige hofstede Weena, een kleine tien minuten gaans van het vroegere Hofpoortje dat toegang gaf tot de Oppert. In dat bericht werd vermeld dat Archeologie Rotterdam (het voormalige Bureau Oudheidkundig Onderzoek Rotterdam (BOOR) de exacte plaats van de oude donjon zou weten, maar dat strenge wetgeving het graven aldaar verhinderde.
Nog geen week later stuurde mevrouw Iris Briels van Archeologie Rotterdam een bericht met twee afbeeldingen. Op het rechter plaatje de omtrekken van het gemeentelijk monument waarbinnen zich de resten van kasteel Weena zouden bevinden. De linker afbeelding toont de plaats waar in het verleden (1905) funderingen zijn aangetroffen.
Omdat in het huidig stedelijk stratenplan de namen Weenaplein en Weenastraat niet meer voorkomen werd het Straatnamenboek van Johan Okkema, Rob Feringa en Cees Zevenergen geraadpleegd.
Zij schrijven :
“Op het grondgebied van het kasteel lagen van 1854 tot 1956 de 1e en 2e Weenastraat en het Weenaplein. Deze zijn verdwenen in verband met de aanleg van vliegveld Heliport. De naam Weena is een verbastering van Wedena, dat is afgeleid van het middeleeuwse woord – wedeme – dat morgengave of huwelijksgift betekent."

Omdat Weenastraat en Weenaplein dateren van na het oud-notarieel archief en daar dus niet in voorkomen hier enkele akten van de zeer nabijgelegen Hofdijk:

Claes van Daelen en Hendrick Dircxsz Mus kopen twee erven in het Franse Veld, getekend nummer 9 en 10, strekkende van de Rotte tot aan de Hofdijk. De percelen worden gescheiden door een sloot. Ter reglementering van toegankelijkheid en afwatering komen zij nadere bepalingen overeen.

Inventarisnummer : 306 – Aktenummer : 50 – Bladzijnummer : 80 – Aktedatum 11 juni 1641 – Aktesoort : overeenkomst – Notaris : Gerrit van der Hout.

===

Notaris Johan Cooll arbitreert met Gerrit Damen van Nydeck, secretaris van het Hof van Schieland, in het geschil tussen Sacharyas Jansz van der Waerden, Steven Stevensz Vermaet, en Maximiliaen van Dorsten, kopers, wonende aan de Hofdijk, versus jonkheer Johan van Egmont van der Nieuburch voor Pieter Cornelisz Dorstman en Louwys van Couckelberch, eigenaren van een derde van het land, genaamd het Fransche Veld, aangaande de breedte van de scheidingssloot. Volgens de koopvoorwaarden moet deze tien voet bedragen. Dorstman en Van Couckelberch hadden de sloot van de Hofdijk evenwel breder afgestoken. Arbiters bepalen dat Dorstman en de zijnen de sloot mogen blijven gebruiken.
NB: Het perceel ligt aan de Hofdijk achter de "nieuwe herberch”, strekkende tot aan de Rottekade.

Inventarisnummer : 423 – Aktenummer : 81 – Bladzijnummer 107 – Aktedatum : 30 januari 1642 – Aktesoort : arbitrage – Notaris : Johan Cooll.
===

Gerrit Damen van Nydeck en notaris Johan Cooll arbitreren in de zaak over de sloot /-uit voorgaande akte-/ tussen Hofdijk en Fransche Veld. Over de breedte van de sloot beslissen zij dat deze de breedte houdt zoals deze nu is. Partijen zullen elkaar verder ongemoeid laten. De sloot mag vrij gebruikt en bevaren worden. De kosten van arbitrage worden door beide partijen gelijkelijk gedragen. Dorstman en Van Couckelberch betalen het gelag ten bedrage van acht gulden.

Inventarisnummer : 423 – Aktenummer : 82 – Bladzijnummer : 109 – Aktedatum : 2 februari 1642 – Aktesoort : arbitrage – Notaris : Johan Cooll.

===
Let wel :

Het vliegveld Heliport, waarvandaan de Belgische maatschappij SABENA een dagelijkse helicopterdienst tussen Rotterdam en Brussel onderhield, werd aangelegd op het Franse Veld. Daar staat nu woonwijk het “Kabouterdorp” of “Klein Volendam”. Nadat Heliport werd opgeheven heeft de Energiehal er nog even gestaan. Daar werd een klein popfestival Hippie Happy gehouden met het enige optreden in Nederland van de Amerikaanse gitarist Jimmy Hendrix. De organisatie van het festival was in handen van Wim van Kempen, de latere directeur van de Kunsthal. Na het vertrek van de Energiehal (overblijfsel van de grote openluchttentoonstelling E55 met onder anderen een kabelbaan op de Coolsingel) was het Franse Veld enige tijd in gebruik als kermisterrein.

Personeel van Stadsarchief Rotterdam kijkt uit op het “Kabouterdorp”. Een vergaderzaal in het Stadsarchief draagt de naam “Heliport”.

- Met dank aan mevrouw Iris Briels van Archeologie Rotterdam -

Zo de inhoud van dit bericht u aanstaat, zoudt u het dan willen liken ?

Omdat AI-bots de databases met gegevens in de website van Stadsarchief Rotterdam proberen leeg te trekken is deze tijdel...
25/05/2026

Omdat AI-bots de databases met gegevens in de website van Stadsarchief Rotterdam proberen leeg te trekken is deze tijdelijk niet bereikbaar. Het is mij daarom onmogelijk om u deze week notariële akten aan te bieden.

Afgelopen donderdag gaf ik ’s middags en ’s avonds bij Volksuniversiteit Rotterdam een voordracht zoals te vinden op https://www.stadsdriehoek.com . Daarbij kwam “de drop” te sprake. Tussen eigenaren van huizen werden ten overstaan van de notaris en na advies van stadstimmerlieden en redetrekkers overeenkomsten gesloten over “de drop”.

Tot donderdag had ik steeds aangenomen dat met “de drop” de afvoer van regenwater van de daken werd bedoeld, maar het fijne wist ik er niet van.

Een toehoorder afkomstig uit Lekkerkerk die met regelmaat deze rubriek bezoekt hielp me uit de droom.

De drop, of “drup”, zoals dat in Lekkerkerk en wellicht ook in andere oude woongemeenschappen nog steeds bestaat, is een smalle gang tussen twee huizen waarin de regen vanaf het dak kan afwateren.
Wikipedia geeft het woord Osendrop en levert een uitgebreide beschrijving. Tegenwoordig worden huizen voorzien van dakgoten en regenpijpen waardoor het regenwater rechtstreeks naar het riool wordt afgevoerd.

===

Bij de afbeelding :
Schets bij een verklaring door dorpstimmerbazen met betrekking tot de functie en minimale breedte van de zgn. osendrop (of: ijesdrop) in notariële akte d.d. 12-12-1732, notaris Pieter Koeman te Nieuwe Niedorp, Oud Notarieel Archief, inv.nr. 3908, scan 256.
Met dank aan Regionaal Archief Alkmaar

===

Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

Vorige week gingen veler gedachten terug naar 14 mei 1940 toen Rotterdams oude binnenstad goeddeels met de grond gelijk ...
19/05/2026

Vorige week gingen veler gedachten terug naar 14 mei 1940 toen Rotterdams oude binnenstad goeddeels met de grond gelijk werd gemaakt. Veel van wat nog overeind stond werd door de gemeentelijke dienst stadsvernieuwing alsnog geamoveerd.
Ook het oude station Hofplein ging eraan. Hoewel er een jaar of wat later wel goede redenen werden gevonden om de fundamenten van het huis Bulgerstein nabij Schielandshuis en Coolsingel op te graven, liet men een unieke kans om archeologen naar de resten van de hofstede Weena te laten zoeken aan de neus voorbij gaan. De naam van die hofstad rond 1136 door Christiaan van Wassenaar gesticht op de plaats waar veel, veel later het iconische station Hofplein zou worden gebouwd, is in het stratenplan van de stad vele malen teruggekeerd. Het Weena, een der belangrijke boulevards van de stad, aansluitend op het Hofplein, verwijzend naar het vroegere Hof van Weena, kent vrijwel iedereen. De vlakbij het oude hof gelegen Hofdijk kennen misschien alleen zij die wel eens het daar gelegen Stadsarchief bezoeken.
Archeologen hebben ooit een poging gedaan naar de resten van Weena te graven, maar zochten op de verkeerde plaats. Het huidige Archeologie Rotterdam, het vroegere BOOR, zou heel graag willen graven. Zij weten precies waar de resten van de hofstede liggen, maar worden door een onverbiddelijke wetgeving daarvan weerhouden.
Er is niet zo heel veel bekend over het oude Weena. Misschien een aardige opdracht voor iemand die wil promoveren in de stadsgeschiedenis aan de Erasmusuniversiteit.

In het Rotterdams oud-notarieel archief komen (van) Weena en (van) Wena als familienaam veelvuldig voor. Ook zijn er nogal wat akten die het We(e)na als locatie noemen.

Voor een goed begrip mag dienen dat op de plaats van de rond 1426 door een groepje ongeregeld onder leiding van de Hoek Willem Nagel geruïneerde hofstede lakenmakers hun kostbare laken op lakenramen te drogen legden.

Een keuze uit 23 notariële akten :

Mr. Adriaen Smout, te Amsterdam, en Mr. Pieter Carpentier, rector van de Latijnse School sluiten een overeenkomst aangaande de huur van een tuin en erf achter de ramen aan het hof van Weena. Adriaen treedt op namens echtgenote Heiltgen Jan 't Hooftsdr en namens Cornelis Claesz van Driel, stadsraad, echtgenoot van Jannitgen Jan Willemsz 't Hooftsdr; zij zijn erven van Agniesgen Gijsbrechtsdr, echtgenote van wijlen Jan Willemsz 't Hooft.

Inventarisnummer : 20 – Aktenummer : 74 – Bladzijnummer : 239 – Aktedatum : 4 augustus 1616 – Aktesoort : overeenkomst – Notaris : Jacob Symonsz

===

Willem Euwoudtsz Prins, brouwer in brouwerij de Wereld, gemachtigde van Niclaes Grevinckhouve, voormalig predikant te Rotterdam, draagt de huur van een tuin gelegen in het Hof Wena buiten het Hoffpoortgen over aan Adryaen Jansz Verhaven, kruidenier. Grevinchoven huurde de tuin van de stad.

Inventarisnummer : 97 – Aktenummer : 11 – Bladzijnummer : 23 – Aktedatum : 5 oktober 1619 – Aktesoort : transport – Notaris : Jan Adriaensz van Aller

===

Jan Jacobsz Sempel verkoopt aan Abraham Mot de erfpacht en huur van een tuin gelegen in het Hof van Wena buiten het Hofpoortje.

Inventarisnummer : 174 – Aktenummer : 56 – Bladzijnummer : 80 – Aktedatum : 30 december 1630 – Aktesoort : verkoop – Notaris : Nicolaes Adriaensz Vogel

===

Voormalig schepen Eeuwout Prins sluit een overeenkomst met Jan Hubert Rijckewaert aangaande de sloot tussen hun tuinen en erven in het Hof van Weena achter de lakenramen buiten de Hoffpoort. Een deel is door Rijckewaert al afgedamd. De sloot blijft gemeenschappelijk bezit doch Prins kan op zijn kosten een heining aanbrengen en ook een deel sloot afdammen. Voor de door Rijckewaert gedane afdamming betaalt Prins 85 gulden. Zij delen de kosten van onderhoud van de sloot.

Inventarisnummer : 513 – Aktenummer : 244 – Bladzijnummer : 285 – Aktedatum : 16 november 1660 – Aktesoort : overeenkomst – Notaris : Vitus Woutersz Mustelius

===

Bij de afbeelding : tekening van het Hof van Weena door een nog niet achterhaalde maker uit het boek - Geschiedkundige beschrijving der stad Rotterdam – door G. van Reyn uit 1832. De geschiedschrijving van Van Reyn wordt door de alom gerespecteerde geschiedkundige Robert Fruin niet als steeds ronduit betrouwbaar aangemerkt. De tekening lijkt ontsproten aan de fantasie van de maker : Het Hof van Weena was een kleine 400 jaar voor de geboorte van de tekenaar al geruïneerd.

===

Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

Vorige week maakte u kennis met een oud-notariële akte waarin het Achterklooster of “Achter het verbrande klooster” werd...
12/05/2026

Vorige week maakte u kennis met een oud-notariële akte waarin het Achterklooster of “Achter het verbrande klooster” werd genoemd. Ook vertelden Okkema, Feringa en Zevenbergen iets over geschiedenis en locatie van de straatnaam zoals vermeld in hun boek - Rotterdamse Straatnamen -. Vandaag ziet u op een van bijgaande afbeeldingen, een fragment uit de stadsplattegrond van Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1626, de exacte locatie van dat voormalige klooster der Dominicanen aan het Oosteinde van de Hoogstraat. Op de plaats van dat verbrande klooster staan achtereenvolgend het Vrouwhuis (27), het Gasthuis (28) en het Pest- en Dolhuis (29 en 30). Uiterst rechts ziet u korenmolen De Noord aan het Oostplein. Wanneer u op de afbeelding klikt opent deze in een nieuw venster, kunt u het beeld met duim en wijsvinger vergroten en is de nummering beter leesbaar. De drie panden lagen dus bijna aan het einde van de Hoogstraat, een kleine vijf minuten lopen van het Oostplein. Achter de drie panden: de Kipsloot, de latere Kipstraat. Hierna nog enkele akten uit het Rotterdams oud-notarieel archief waarin het Achterklooster wordt genoemd:

Cornelis Willemsz, pottenbakker van Sommelsdijk en zijn vrouw Grietge Henrix, in de kraam te bedde liggend in hun huis Achter het verbrande klooster, maken een testament op van eerststervende aan langstlevende. In geval Cornelis komt te overlijden gaat een deel van hun bezittingen naar Adriaentgen Willemsdr, zijn zuster te Sommelsdijk.

Inventarisnummer : 29 – Aktenummer : 36 – Bladzijnummer : 130 – Aktedatum : 7 mei 1599 – Aktesoort : testament – Notaris Isaac Troost Dzn.

===

Arnold de Roy (34), inspecteur der belastingen, verklaart op verzoek van Henrick Joppen, pachter van de accijns op boter, dat hij heeft gezien dat Jan Centen uit Nieuwerkerk een mandje boter afleverde bij een kraamster Achter het verbrande klooster. Toen de zoon van Joppen hem vroeg naar het accijnsbriefje van deze boter, antwoordde hij aanvankelijk dat het niet zijn boter was, doch uiteindelijk bekende hij dat de boter niet was aangegeven.

Inventarisnummer : 141 – Aktenummer : 9 – Bladzijnummer : 13 – Aktedatum 8 februari 1629 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Arnout Wagensvelt

===

Heijndrick Jacobsz Mijnkoe heeft 12 huizen met erven in de lijnbaan of steeg achter het verbrande klooster verkocht aan Arien Willemsz Balckenende en Dirck Dircxz van der Snel. De laatste krijgt 3 panden. Balckenende heeft evenwel nog een vordering op van der Snel van 2100 gulden. Van der Snel belooft het geld terug te betalen en geeft deze drie huizen met erf, een schuur met erf en een woning met 6 morgen land bij het IJsselmondse Veer in Kralingen in onderpand.

Inventarisnummer : 466 – Aktenummer : 85 – Bladzijnummer : 152 – Aktedatum : 1 juni 1646 – Aktesoort : verdeling van goederen – Notaris : Pieter van Leeuwen

===

Tryntgen Maertensdr, weduwe van Abraham Jansz van Bortel en Jan de Haes, uit naam van Gommert Claesz van Bortel, voogden van de weeskinderen van Abraham en Tryntgen verkopen huis en erf De Dubbelde Blauwe Hand achter het verbrande klooster aan Jan Heyndricxsz Schoonebeecq, bakker. Het pand staat tussen de panden van de weduwe van Wijnant Dircxsz, bakker, en van de weduwe van Cornelis Raephorst. Koopsom 4500 gulden.

Inventarisnummer : 551 – Aktenummer : 20 – Bladzijnummer : 30 – Aktedatum : 30 januari 1650 – Aktesoort : verkoop – Notaris : Pieter Cornelisz van der Licht

===

Cornelis Joosten Nieuwenhuysen (60) en Aert Michielsz Groenwout (36) verklaren op verzoek van Jacob Gijsbrechtsz uit Laren in Gooiland, dat Reyer Jansz Kuypershall, jongeman eveneens uit Gooiland, hier ter stede woonde. Hij voer als matroos op een schip van oorlog onder bevel van kapitein Marinus de Clercq. Reyer Jansz is in juli overleden en begraven op het Sint Janskerkhof achter het verbrande klooster. Reyer Jansz had nog schuld bij Aart Michielsz Groenwout die ook zijn begrafenis heeft betaald. Van die in totaal 76 gulden heeft hij bij de Admiraliteit op de Maze het tegoed aan gage van Reyer Jansz ten bedrage van 50 gulden ontvangen, zodat hij nog 26 gulden te vorderen heeft.

Inventarisnummer : 555 – Aktenummer : 45 – Bladzijnummer : 82 – Aktedatum : 22 februari 1654 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Pieter Cornelisz van der Licht.

===

Bij de tweede afbeelding : een stukje tekst uit het testament van Cornelis en Grietge. Kunt u lezen wat er staat ?

===

Zo de inhoud van dit bericht u iets doet, zoudt u het dan willen liken ?

Vrijdag 5 mei 1626 in het Rotterdams oud-notarieel archief :Met uitsluiting van de weeskamer benoemt Beatrix Jansdr, wed...
05/05/2026

Vrijdag 5 mei 1626 in het Rotterdams oud-notarieel archief :

Met uitsluiting van de weeskamer benoemt Beatrix Jansdr, weduwe van Franschoys Jansz van de Eeling Lamsteech, haar dochter Adriana Fransdr, vrouw van Jan Bex tot algemeen erfgename. Daarnaast laat zij zeshonderd gulden na aan de kinderen van haar overleden zoon Willem Fransz, Tot voogden over de kinderen benoemt zij Leonard Beerwouts, koopman en Jan Claesz, kleermaker. Zij verklaart dat zij geen andere goederen bezat dan enige juwelen en enig huisraad ter waarde van ongeveer driehonderd gulden toen zij het huis van Jan Bex verliet. In geld bezat zij honderd vijf en zestig gulden en 12 stuivers alsmede een obligatie op Jan Bex van 1000 gulden.

Inventarisnummer : 63 – Aktenummers : 209 en 210 – Bladzijnummers : 741 en 747 – Aktedatum : 5 mei 1626 – Aktesoorten : testament en verklaring – Notaris : Willem Jacobs

===

Gijsbrecht Lutteljaen, soldaat in de compagnie van kolonel Brock, belooft dat hij de komende zes maanden niemand iets zal aandoen wanneer hij gedronken heeft. Zo hij dat toch zou doen betaalt hij de diaconie 20 gulden.

Inventarisnummer : 183 – Aktenummer : 70 – Bladzijnummer : 94 – Aktedatum : 5 mei 1626 – Aktesoort : weddenschap – Notaris : Jacob Cornelisz van der Swan

===

Areantgen Cornelisdr, weduwe van Cornelis Claesz Braber, wonende achter het Verbrande Klooster, machtigt Bouwen Cornelisz en Jan Cornelisz, haar zonen, om Pieter Ponssiaensz, wonende aan de Oudendijk in Kralingen, het huis het Kasteel van Wouw over te dragen. Het pand staat aan de noordzijde van de Hoogstraat en wordt ten noorden belend door de stadswallen, ten westen door de weduwe van Jan Arijensz Molenaar en strekt zich uit tot in de Kipsloot.

Inventarisnummer : 136 – Aktenummer : 154 – Bladzijnummer : 255 – Aktedatum : 5 mei 1626 – Aktesoort : machtiging – Notaris : Arnout Wagensvelt
===
Let wel : Het Rotterdamse straatnamenboek van Johan Okkema, Rob Feringa en Cees Zevenbergen vermeldt het volgende over het Achterklooster :

“Het Achterklooster dankt zijn naam aan het klooster van de Predikheren of Dominicanen aan de Hoogstraat. Het klooster is in 1444 gebouwd, in 1563 grotendeels door brand verwoest, daarna gedeeltelijk herbouwd, doch na de Reformatie opgeheven. Reeds in 1539 wordt als plaatsbepaling gebruikt ‘achter het klooster van de prekers’, later bij verkorting ‘achter het klooster’ of kortweg ‘Achterklooster’ genoemd. Hoewel er verschillende andere kloosters waren, kon dit niet tot verwarring aanleiding geven, omdat met het klooster steeds dit convent als het grootste werd bedoeld. De oudste naam is Korte Kipsloot, naar de gelijknamige gracht die ook wel Rotte wordt genoemd. Later vonden we daarvoor Achterkloostergracht, die evenals de Kipsloot in 1860/61 is gedempt. Dat na 1576 een enkele maal ‘achter het gasthuis’ wordt aangetroffen, is alleszins verklaarbaar. Op het terrein van het klooster verrezen na 1572 het Gasthuis, het Pest- en Dolhuis en het Oude-vrouwenhuis. Het oorspronkelijke Achterklooster liep van de Goudsewagenstraat naar het Oostplein en lag in het verlengde van de (vroegere) Kipstraat.”

===

Bij de afbeelding: Het Achterklooster vanuit het westen. Op de achtergrond korenmolen De Noord aan het Oostplein - tekening van een onbekende maker aan het einde van de zeventiende eeuw - Collectie : Stadsarchief Rotterdam.

===

Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

Werden er op 28 april 1626, 400 jaar geleden, voor Rotterdamse notarissen nog opmerkelijke akten gepasseerd ?Welzeker !H...
28/04/2026

Werden er op 28 april 1626, 400 jaar geleden, voor Rotterdamse notarissen nog opmerkelijke akten gepasseerd ?
Welzeker !
Hieronder vindt u de meest aardige.

Geleyn Ariensz Vrolijck en IJsbrant Jacobsz verkopen Leendert Dircxz van der Cloet twee koeien voor 102 gulden per stuk.

Inventarisnummer : 183 – Aktenummer : 37 – Bladzijnummer : 49 – Aktedatum : 28 april 1626 – Aktesoort : verkoop – Notaris : Jacob Cornelisz van der Swan

===

Pieter Neander van der Gisse (20), verklaart op verzoek van Gijsbert van Mathenes te Gorinchem dat zij samen met Rutgert Meuters van der Gissen bij Willem Dircxsz tegenover de Doelen te Gorinchem een pijpje hebben gerookt en dat Gijsbert toen informeerde of Ary van Slingerlandt ook achter was, maar dat hij daarbij het woord dief niet in de mond heeft genomen.

Inventarisnummer : 140 – Aktenummer : 136 – Bladzijnummer : 239 – Aktedatum : 28 april 1626 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Arnout Wagensvelt

===

Cornelis Jansz uit Lekkerland belooft Adryaen Leendertsz Besemer,
burgemeester, schadeloos te houden bij diens optreden als borg bij de betaling van 412 gulden aan Michiel Harmensz, zeilmaker en Jan Cornelisz van Roodenburch, lijndraaier.

Inventarisnummer : 78 – Aktenummer : 415 – Bladzijnummer : 761 -
Aktedatum : 28 april 1626 – Aktesoort : akte van indemniteit – Notaris : Jan Andriesz van Aller

===

Bij de afbeelding : Koe aan trog - op de achtergrond de toren van de Rotterdamse Laurenskerk – tekening van A.J. Offermans – datering : 1818 – druk : Steendrukkerij F. Scheffers & Co in opdracht van Boek en Kunsthandel J. Immerzeel Junior – Collectie : Rijksmuseum Amsterdam
===
Wanneer de inhoud van dit bericht u bevalt, zoudt u het dan willen liken ?

Op 22 april 1676 raakt de Franse vloot onder luitenant-admiraal Abraham Duquesne slaags met de Spaans/Hollandse vloot on...
21/04/2026

Op 22 april 1676 raakt de Franse vloot onder luitenant-admiraal Abraham Duquesne slaags met de Spaans/Hollandse vloot onder admiraal Michiel de Ruyter. De slag werd geleverd in de Ionische zee ter hoogte van de plaats Augusta iets boven Syracuse op de oostkust van Sicilië. Het werd een korte maar hevige zeeslag waarbij geen schepen verloren gingen maar waarbij vooral aan Hollandse zijde veel doden en gewonden vielen. Een van die gewonden was Michiel de Ruyter. Een Franse kanonskogel verbrijzelde zijn rechterbeen en linkervoet. Hoewel zijn vloot krijgskundig gezien in het voordeel verkeerde trok de Franse admiraal zijn schepen uit respect voor De Ruyter terug uit de strijd. De Ruyter overleed een week later in de baai van Syracuse aan zijn verwondingen. Zijn lichaam werd gebalsemd en op admiraalsschip De Eendracht teruggebracht naar zijn woonplaats Amsterdam. De Franse koning Lodewijk XIV liet bij het passeren van De Eendracht saluutschoten afvuren.

Het Rotterdams oud-notarieel archief kent vele schepen met de naam De Eendracht. Tussen een aantal koopvaardijschepen en een enkele haringbuis werd zowaar ook het admiraalsschip gevonden :

Jan Hor, geboren te Dieppe, bootsgezel op ’s lands schip De Eendracht onder admiraal Opdam bekent 100 gulden schuldig te zijn aan Pieter Lemaire wegens verteringen en geleend geld.

Inventarisnummer : 667 – Aktenummer : 327 – Bladzijnummer : 538 – Aktedatum 27 mei 1658 – Aktesoort : schuldbekentenis – Notaris : Pieter de Paus

===

Floris Jansz Nagel, kwartiermeester op ‘s lands schip De Eendracht onder luitenant-admiraal Aert van Nes, benoemt, zo hij zonder kinderen mocht komen te overlijden, zijn moeder Jannetge Floren, weduwe van Jan Jacobsz Nagel, tot erfgename. Jacob Jansz Nagel, zijn broer van halve bedde, laat hij 6 gulden na. Hij machtigt zijn moeder om bij de Admiraliteit zijn verdiende gage te innen.

Inventarisnummer : 363 – Aktenummer : 171 – Bladzijnummer : 587 – Aktedatum : 18 april 1666 – Aktesoort : testament – Notaris : Jacobus Delphius

===

Adriaen Balthasar Kuyper, matroos op ’s lands schip De Eendracht onder luitenant-admiraal Aert van Nes, benoemt zijn zuster Arentge Balthasar, wonende in de Kipstraat bij brouwerij De Drie Akeren, tot zijn erfgename.

De akte is door schrijver Henrick Renier opgemaakt aan boord van De Eendracht, afgemeerd te Vlissingen.
Op verzoek van Arentge heeft notaris Jacob Duyfhuysen Junior op 8 juli 1666 een kopie van de akte opgemaakt.

Inventarisnummer : 224 – Aktenummer : 22 – Bladzijnummer : 76 – Aktedatum : 2 juli 1666 Aktesoort : testament – Notaris : Jacob Duyfhuysen Junior

===

Michiel Adriaensz de Ruyter was geboortig van Vlissingen . In 1655 toen hij al twee jaar in dienst was van de Admiraliteit te Amsterdam, verhuisde hij met zijn gezin naar de hoofdstad. In 1665 werd hij samen met zijn Rotterdamse vriend Aert Jansz van Nes luitenant-admiraal bij de Admiraliteit op De Maze, maar hij bleef woonachtig te Amsterdam. Michiel de Ruyter komt in het Rotterdams oud-notarieel archief éénmaal voor :

Op verzoek van de verwanten van Pieter Govertsz Tasch verklaart Michiel Adriaensz Ruyter, schipper op het schip De Salamander van Vlissingen, dat hij in juni 1644 met zijn schip op de rede van Salé in Marokko voor anker ging om Pieter Tasch voor 1200 Karelsgulden vrij te kopen uit diens gevangenschap en slavernij die dertig tot veertig jaar duurde.

Inventarisnummer : 153 – Aktenummer : 129 – Bladzijnummer : 189 – Aktedatum : 27 augustus 1644 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Adriaen Kieboom

===

Bij de afbeelding : Slag bij Augusta – geschilderd omstreeks 1835 door Ambroise-Louis Garneray (1783-1857) – olieverf op linnen - Collectie : Château de Versailles

===

Zo de inhoud van dit bericht u aanstaat, zoudt u het dan willen liken ?

Altijd al willen weten hoe de stad Rotterdam er aan het begin van de zeventiende eeuw uitzag ? Op donderdag 21 mei aanst...
16/04/2026

Altijd al willen weten hoe de stad Rotterdam er aan het begin van de zeventiende eeuw uitzag ? Op donderdag 21 mei aanstaande geeft Michel Ball twee voordrachten bij Volksuniversiteit Rotterdam : één om 14:00 uur en één om 19:30 uur.
In twee uur tijd met een koffiepauze van een kwartier maakt u kennis met de zeven stadspoorten, de zeven havens, de acht kerken en kapellen, het Stadhuis, de Latijnse school, de Doelen, het Prinsenhof, de Lommerd, het Bagijnhof en enkele van de 56 bierbrouwerijen die de stad toen telde. Landmeter/cartograaf Balthasar Florisz van Berckenrode tekende in 1626 een plattegrond van de oude stadsdriehoek tussen Maas, Coolsingel en Goudsesingel. Tijdens de lichtbeeldpresentatie van uitvergrotingen van deze stadskaart wordt u wegwijs gemaakt in de oude stad. Wanneer u klikt op onderstaande link en u navigeert geduldig naar beneden, komt u bij de betreffende voordracht en kunt u zich eventueel aanmelden.

https://www.volksuniversiteitrotterdam.nl/mens-maatschappij/geschiedenis

In de tweede week van april gebeurde er in Rotterdam weinig opzienbarends. Op landelijk historisch gebied valt op 14 apr...
13/04/2026

In de tweede week van april gebeurde er in Rotterdam weinig opzienbarends. Op landelijk historisch gebied valt op 14 april 1574 de slag op de Mookerheide te melden. Daarbij versloeg het Spaanse leger onder Sancho d’Avila en Bernardino de Mendoza het huurleger van Lodewijk en Hendrik van Nassau, die beiden het leven lieten.

In juni 2017 ontving koning Willem Alexander bij diens bezoek aan het Vaticaan de maarschalksstaf van prins Willem van Oranje in bruikleen.
De staf, door de prins geschonken aan een der bevelhebbers, was tijdens de slag op de Mookerhei kwijtgeraakt. In 1921 werd de staf in een Jezuïetenklooster nabij Barcelona aangetroffen in de nalatenschap van de Castiliaan Luis de Requesens, legeraanvoer en landvoogd der Nederlanden, en vervolgens overgedragen aan de schatbewaarder van het Vaticaan.

Wat gebeurde er op 14 en 15 april 1626 in Rotterdam ?
Drie akten uit het Rotterdams oud-notarieel archief :

Andries Pouwelsz van Venetië, matroos op het schip Neptunus onder schipper Pieter Stoffelsz, op het punt naar Westindië te vertrekken, machtigt Steven Henricxsz, luitenant van Geweldige Jan de Raet, om het geld te innen dat hij als marsklimmer onder kapitein Henrick Peckins heeft verdiend. Hij dient dertien gulden terug te betalen aan David N.N., schrijver onder dezelfde kapitein.

Inventarisnummer : 187 – Aktedatum : 117 – Bladzijnummer : 179 – Aktedatum : 14 april 1626 – Aktesoort : machtiging – Notaris : Jacob Duyfhuysen Junior

===

Augustin de l’Horme (67), Jans Phillips de Bra (65), metselaar, en Ghijsbrecht Jansz (54), huistimmerman, verklaren op verzoek van Arien Hemkens, kapitein, eigenaar van een huis en erf aan de zuidzijde van het Haringvliet, belendende aan de oostzijde : Gilles Bouchelion, dat de muur tussen hun huizen ieder voor de helft toebehoort en dat zij, De Bra en Jansz, beide huizen in opdracht van wijlen de compagnons Johan Caulier en Francois Petit hebben gebouwd en dat Augustin de l’Horme acht jaar in het huis van Arien Hemkens heeft gewoond. In die tijd heeft Bouchelion meermaals gevraagd of hij in de muur een raam mocht maken dat vanuit zijn gang uitzicht zou bieden op de plaats van de l’Horme, maar dat deze daar nooit in heeft toegestemd.

Inventarisnummer : 40 – Aktenummer : 201 – Bladzijnummer : 400 – Aktedatum : 15 april 1626 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Jacob Duyfhuysen.

===

Jan Symonsz Pesser, brouwer in brouwerij Hollands Tuin stelt zich borg voor Claes Adriaensz Rib te Gorinchem die zijn Kaagschuit verkocht aan Jan Goethart, zeilmaker, om hem te vrijwaren van alle verplichtingen die op deze schuit zouden mogen rusten.

Inventarisnummer : 84 – Aktenummer : 328 – Bladzijnummer : 827 – Aktedatum : 15 april 1626 - Aktesoort : borgstelling – Notaris : Jan Andriesz van Aller.

===

Bij de afbeelding : Zilveren plaatje met diens wapen op de maarschalksstaf van prins Willem van Oranje – Collectie : Nationaal Militair Museum, Soest

===

Zo de inhoud van dit bericht u bevalt, zoudt u het dan willen liken ?

Welgeteld 56 bierbrouwerijen telde de oude binnenstad van Rotterdam tussen 1585 en 1650. Het Maaswater was toen zo glash...
07/04/2026

Welgeteld 56 bierbrouwerijen telde de oude binnenstad van Rotterdam tussen 1585 en 1650. Het Maaswater was toen zo glashelder dat niet alleen Rotterdammers zich het bier goed lieten smaken. Dagelijks voeren bierschippers op en neer naar alle uithoeken van ons land. Amsterdam was een belangrijk afnemer van Rotterdams bier en er werd ook bier verscheept naar Sas van Gent in Zeeuws-Vlaanderen. De bierindustrie leverde zo een niet geringe bijdrage aan het welzijn van de stad en haar bewoners. Van alle 56 Rotterdamse brouwerijen heeft alleen het inmiddels Belgische merk Oranjeboom de eeuwen overleefd.

Michel Ball schreef een boek over de brouwers en hun manier van zakendoen. Over de opperbrouwers die aan het hoofd stonden van het brouwproces. Over de moutmakers die voor een belangrijk deel verantwoordelijk waren voor de kwaliteit van het bier. Over brouwersknechts, kelderknechts en keldermeiden. Over bierstekers en bierbeschooiers en over de belastinginspecteurs die slimmer moesten zijn dan zij die de accijns op bier probeerden te ontduiken. De schrijver putte zijn gegevens uit het oud-notarieel archief van Rotterdam. Notarissen worden door de staat beëdigd om over allerhande zaken akten op te maken die als bewijs kunnen dienen in rechtszaken. Hun akten bezitten rechtskracht en zijn als historische bron bijzonder betrouwbaar.

Schrijver houdt zich in dienst van Stadsarchief Rotterdam sinds 1996 bezig met het oud-notarieel archief en kent het op zijn duimpje.

Het rijk geïllustreerde boek telt 178 bladzijden. Het is uitgegeven bij Brave New Books, onderdeel van Singel Uitgevers.

Ten gerieve van stamboomonderzoekers is een alfabetische lijst van alle in het boek voorkomende persoonsnamen toegevoegd.

Titel van het boek : Rotterdamse brouwerijen 1585-1650

Het is voor € 17,51 rechtstreeks verkrijgbaar bij de uitgeverij :
https://bravenewbooks.nl/books/370914
Voor € 4,35 bezorgt PostNL het in uw brievenbus.

Adres

Hofplein
Rotterdam

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Oud-Notarieel Rotterdam nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen