Oud-Notarieel Rotterdam

Routebeschrijving

Oud-Notarieel Rotterdam Verhalen uit het Rotterdams Oud-Notarieel Archief

Op de website van Stadsarchief Rotterdam is een schatkamer vol waargebeurde verhalen uit het alledaagse leven rond 1600 in de Maasstad te vinden. Klik op deze link:

https://l.facebook.com/l.php?u=https%3A%2F%2Fstadsarchief.rotterdam.nl%2Fzoek-en-ontdek%2Fnotariele-akten%2Findex.xml%3Ffbclid%3DIwAR2E-ugrMdbQZwCw040aObZQKzE8XUsUu9Dv9wUp4dejQ2i1-zqiLwFcnn0&h=AT0i7nenI_mUpZ06_rd_09cJfNINOdbq8Xfz0qnheRJOtBXc3ossGN4zDSJo763ISpY_q1qQiYVWFAQxGWwp6bPewCM4u2weAD540Oo76lndXa0rynP7bPSF_k8iUXmbupdcQR7iKDm5&s=1


en vul een of meerdere sleutelwoorden in het eerste zoekvakje in en ga op avontuur !

Op woensdag 14 oktober 1626 noteerde notaris Nicolaas van der Hagen, of diens klerk, de volgende verklaring in het akteb...
13/10/2026

Op woensdag 14 oktober 1626 noteerde notaris Nicolaas van der Hagen, of diens klerk, de volgende verklaring in het akteboek :

Annetgen Pietersdr (38), vrouw van Pieter Michielsz molenaar in brouwerij De Oranjeboom, verklaart op verzoek van Jacob Geubels te Dordrecht dat hij drie jaar geleden bij Annetgen een kist van Aryen Pietersz Doesburch heeft neergezet. Na diens dood is de kist geopend en zijn de goederen door diens vader en broer meegenomen.

Inventarisnummer : 106 – Aktenummer : 58 – Bladzijnummer : 80 – Aktedatum : 14 oktober 1626 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Nicolaas van der Hagen.

= = =

De notariële database van Stadsarchief Rotterdam telt 326 zoekresultaten op het trefwoord “kist”. De allereerste akte uit de database luidt als volgt :

Jude de Cau (35), wonende in het Kasteel van Buren in Den Haag, verklaart op verzoek van Jean de Soury, wonende in huis Het Witte Kruis, dat hij op de eerste augustus lestleden onderweg van Utrecht naar Arnhem twee Fransen tegenkwam die elkaar met neef aanspraken en waarvan er een Rennes Dufay heette. Aangekomen in herberg De Witte Windhond te Arnhem voegde zich een derde Fransman bij het gezelschap, die hem, omdat deze geen Nederlands sprak, verzocht de waardin te vragen of zij een kist in bewaring wilde nemen. Daarop vroeg de waardin aan wie zij de kist moest overhandigen. De Fransman toonde haar een ring aan zijn vinger en maakte duidelijk dat de kist bestemd was voor degene die haar de ring zou tonen.

Inventarisnummer : 29A – Aktenummer : 26 – Bladzijnummer : 66 – Aktedatum : 3 september 1601 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Jacob Duyfhuysen.

= = =

en deze nog :

Cornelis Jansz, schuitvoerder op Amsterdam, wonende in de Oppert, verklaart dat een kleine drie jaar geleden een hem onbekende man een oosterse kist en een zak met kleding bij hem aan boord heeft achtergelaten en dat hij die meteen bij aankomst bij het Amsterdamse Veer nabij het kerkhof naar zijn huis heeft laten brengen waar deze drie jaar onaangeroerd heeft gestaan. Onlangs werd de kist in bijzijn van notaris Willem Jacobs geopend en bleek deze een aantal boeken en grotendeels bedorven en verrotte zeekleding te bevatten.

Inventarisnummer : 65 – Aktenummer : 81 – Bladzijnummer : 269 – Aktedatum : 18 juli 1627 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Willem Jacobs.

= = =

Bij de afbeelding : Juwelenkistje, volgens overlevering in 1628 door Piet Heyn buitgemaakt bij diens verovering van de zilvervloot. Kistje met zilverbeslag, zilveren spijkerkoppen, zilveren scharnieren en zilveren sluiting, bekleed met oorspronkelijk blauwe stof en inhoudende negen zilveren munten. Collectie Museum Rotterdam.

= = =
Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

Wat noteerden de klerken van Rotterdamse notarissen 400 jaar geleden in hun akteboeken ?Neeltgen Gerritsdr, weduwe van J...
06/10/2026

Wat noteerden de klerken van Rotterdamse notarissen 400 jaar geleden in hun akteboeken ?

Neeltgen Gerritsdr, weduwe van Jan Leendertsz, scheeptimmerman, verklaart dat zij gisteren, woensdag 7 oktober, ten huize van Alewijn Jacobsz, scheeptimmerman, door diens vrouw Machtelt Aryensdr is uitgescholden. Zij verzoekt de notaris hiertegen bij Machtelt Aryensdr protest uit te brengen.

Inventarisnummer : 90 – Aktenummer : 131 – Bladzijnummer : 352 – Aktedatum : 8 oktober 1626 – Aktesoort : insinuatie of aanzegging – Notaris : Jan Adriaensz van Aller.

= = =

Symon Symonsz (33), trompetter onder vice-admiraal Geen Huyghen Schapenham op het schip Delft, verklaart op verzoek van Merritgen Heyndrickxdr, vrouw van Pieter Thijssen, opperstuurman op het schip Delft dat toen zij met het schip te Plymouth aankwamen, Thijssen met toestemming van kapiteyn Witte Cornelisz aan land mocht. Samen met Davidt Salomonsz, oppertimmerman, bezocht hij een herberg. Daar legde Thijssen het aan met een Engelse vrouw en ging met haar naar bed. Wat later, weer op zee,
bleek Thijssen een geslachtsziekte te hebben opgelopen. Hij moest langdurig medicijnen innemen en zijn hut houden. Aangekomen te Ambon knoopte Thijssen een relatie aan met de vrouw van korporaal Pauwels, die hij eerst in de boeien had laten slaan. Hij nam de vrouw mee in zijn hut en sloot deze af. In de avond liet hij haar van boord gaan.

In ventarisnummer : 92 – Aktenummer : 147 – Bladzijnummer : 289 – Aktedatum : 8 oktober 1626 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Jan Adriaensz van Aller.

= = =

Jacquemine Laurensdr, weduwe van Lieven Tybout,
vermaakt Gillis Tybout, haar zoon, een gouden
tien-gebodenring.

Inventarisnummer : 64 – Aktenummer : 46 – Bladzijnummer : 142 – Aktedatum : 8 oktober 1626 – Aktesoort : testament – Notaris : Willem Jacobsz.

= = =

Bij de afbeelding : Tegel met afbeelding van Mozes met de stenen tafelen – datering 1650-1700 – Collectie Museum Rotterdam.

= = =

Zo de inhoud van dit bericht u iets doet, zoudt u het dan willen liken ?

De eerste oktober wordt sinds het overlijden van Adiowinus van Gent, beter bekend als Sint Bavo, gevierd als Bamis. De j...
29/09/2026

De eerste oktober wordt sinds het overlijden van Adiowinus van Gent, beter bekend als Sint Bavo, gevierd als Bamis. De jonge Adiowinus leidde een onbezonnen leven. Na de dood van zijn vrouw kwam hij tot inkeer, leefde eerst als kluizenaar, later als monnik en werd na zijn overlijden, halverwege de 7e eeuw, als heilige vereerd.
De kathedraal van Haarlem is naar hem vernoemd.
Op 1 oktober wordt in zijn naam gebeden voor een goede oogst.
Het Rotterdams oud-notarieel archief telt acht akten waarin Bamis voorkomt. Daaruit een keuze van vier :

Martijntge Gerritsdr uit de Leeuwenstraat verklaart dat zij sinds Bamis 1627 niet geslapen heeft met Jan Bosmans uit het Gasthuis. Ook heeft zij geen geld of brieven van hem ontvangen.

Inventarisnummer : 140 – Aktenummer : 382 – Bladzijnummer : 620 – Aktedatum : 16 juli 1628 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Arnout Wagensvelt.

= = =

Ruth Doors van Dulcken (19), verklaart op verzoek van Jean Syben en Poulus Huyskens, beiden te Dulcken dat hij kort na Bamis 1633 met Geuts Mols van Dulcken tot vastenavond 1634 heeft gelogeerd bij Jan Snapper van Anecoo in de Rue la Coutelerie te Parijs. Zij zijn er zonder te betalen vandoor gegaan. Jean Syben heeft de schuld van 93 rijksdaalders voor hen betaald.

Inventarisnummer : 390 – Aktenummer : 63 – Bladzijnummer : 102 – Aktedatum : 19 december 1635 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Jacobus Delphius.

= = =

Pleun Willemsz, zalmvisser, bekent bij Bartholomeus Pietersz van Heel, een huurschuld te hebben van 72 gulden. Hij belooft zijn schuld op Bamis eerstkomende te vereffenen. Hij geeft zijn zalmschuit en netten in onderpand.

Inventarisnummer : 264 – Aktenummer : 237 – Bladzijnummer : 348 – Aktedatum : 22 maart 1645 – Aktesoort : schuldbekentenis – Notaris : Arnout Hofflant.

= = =

Jan Marijnisse Breeman, koopman te Sommelsdijk, verkoopt twee stoven meekrap aan Leonard Spaan, koopman. Hij zal leveren tussen Bamis en Sint Maarten 1652 voor 26 gulden per 100 pond. Mochten de twee stoven meekrap meer opleveren dan 6000 pond, zo zal de koper het meerdere betalen volgens de dan geldende marktprijs. Breeman zegt 800 gulden ontvangen te hebben. De rest wordt verrekend bij levering.

Inventarisnummer : 367 – Aktenummer : 331 – Bladzijnummer : 809 – Aktedatum : 7 mei 1652 – Aktesoort : koop en verkoop – Notaris : Jacobus Delphius.

(Meekrap is een gewas waaruit een rode verfstof wordt bereid, gebruikt bij het verven van textiel. Meekrap werd verbouwd op de eilanden onder Rotterdam. Vooral in de Hoekse Waard en op Goeree-Overflakkee).

= = =

Bij de afbeelding : - De bekering van Sint Bavo – olieverf op canvas – schildering van Peter Paul Rubens (1577-1640) in Sint Baafskathedraal van Gent – Foto : Paul Hermans – Courtesy Wikimedia Commons.

= = =

Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

In het boekje -Verloren karakteristiek van Rotterdam- publiceerde de Haagse tekenaar Leo Zeldenrust (1905-1977) 36 teken...
22/09/2026

In het boekje -Verloren karakteristiek van Rotterdam- publiceerde de Haagse tekenaar Leo Zeldenrust (1905-1977) 36 tekeningen van karakteristieke vooroorlogse Rotterdamse huizen. Het boekje bevat een voorwoord van de Rotterdamse gemeentearchivaris Henk Hazewinkel en werd in 1945 uitgegeven door Ad Donker. Zeldenrust’s tekening van de hoek van de Scheepmakershaven en de Jufferstraat spreekt mij erg aan.

- De straatnamen van Rotterdam – dat in 1992 onder redactie van Johan Okkema, Rob Feringa en Cees Zevenbergen verscheen zegt over de Jufferstraat het volgende : “De Jufferstraat lag ten westen van de Glashaven en liep van de Wijnhaven naar de Scheepmakershaven. De straat dankte haar naam aan de aldaar gelegen scheepswerf -De Geldersche Joffer- van scheepstimmerman Gerrit Jansz Geldersche Blom of ‘in de Geldersche Blom'. Deze kocht op 28 juni 1613 een huis aan de Wijnhaven op de hoek van de oude Jufferstraat. De naam van de scheepswerf was, behalve naar de eigenaar, genoemd naar de ‘juffers’, een bijzonder soort p***n die in de scheepsbouw werden gebruikt. De straat werd eerst Gelderse Jufferstraat, later alleen Jufferstraat genoemd.”

In de oud-notariële database op de website van Stadsarchief Rotterdam komt de Jufferstraat 42 keer voor, de Scheepmakershaven 117 keer. Een keuze van drie akten op het trefwoord Jufferstraat:

Symon Pietersz Starreman (32), Symon Joppen (24) en Paulus Ariensz Decker (23), alle drie kuiper van beroep, verklaren op verzoek van Cornelis Symonsz Overzee, dat zij op 21 oktober in het pakhuis van Overzee in de Jufferstraat zijn geweest, waar de laatste in onderhandeling was met de Engelsman Joseph Philips over de koop van enkele vaten tabak. Franchoys Hus deed zich toen voor als makelaar.

Inventarisnummer : 501 – Aktenummer : 385 – Bladzijnummer : 397 – Aktedatum : 5 november 1649 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Vitus Woutersz Mustelius.

= = =

Robert Forgan verklaart op verzoek van Andries Skene, factor in het Zeeuwse Vere in Zeeland, dat hem met Pasen vorig jaar door koopman Johan Verhaven een waagbrief van 2180 pond tabak is overhandigd. De tabak ligt in het pakhuis van de Oostindische Compagnie. Forgan heeft de inhoud van de brief voor rekening van Peter Nyving, koopman te Dordrecht op 27 mei 1649 aan Verhaven voldaan met een kwitantie die was getekend door Verhaven.
Forgan verklaart verder dat hij van Nyving een vrachtbrief heeft ontvangen, op 10 december 1648 getekend door Jan Claesz van Rotterdam, schipper op het schip de Hoop, in Bardados. In die vrachtbrief stond dat schipper Claesz voor Thomas Roberts 40 rollen tabak heeft ingescheept zonder dat de waagbrief aan Skene is gegeven. Deze waagbrief bevindt zich in handen van Forgan. De tabak, die naar gezegd wordt aan Skene is verkocht, is hem tot nog toe niet geleverd, maar vanuit het pakhuis van de Oostindische Compagnie naar het pakhuis van Thomas Woedet in de Jufferstraat gebracht.

Inventarisnummer : 542 – Aktenummer : 130 – Bladzijnummer : 177 – Aktedatum : 23 februari 1650 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Isaac Davidsz Troost.

= = =

Jan Cornelisz, kuiper, sluit een overeenkomst met Frans Dircksz, schipper, aangaande een raam dat hij in de muur van zijn kuiphuis heeft laten maken ten einde beter licht in zijn werkplaats te krijgen. Het kuiphuis bevindt zich ten zuiden van huis en erf van Frans Dircksz aan de oostzijde van de Jufferstraat.

Inventarisnummer : 510 – Aktenummer : 296 – Bladzijnummer : 296 – Aktedatum : 19 augustus

= = =

Bij de afbeelding : Panden in de Jufferstraat, hoek Scheepmakershaven – tekening van de Haagse beeldend kunstenaar Leo Zeldenrust – Copyright : Stichting Erfgoed Leo Zeldenrust.

= = =

Zo de inhoud van dit bericht u bevalt, zoudt u het dan willen liken ?

MeentDankzij een tip van Joop Hartensveld, oprichter en beheerder van de Facebookgroep -Rotterdam, mijn vaderland-, wist...
15/09/2026

Meent

Dankzij een tip van Joop Hartensveld, oprichter en beheerder van de Facebookgroep -Rotterdam, mijn vaderland-, wist ik op boekwinkeltjes.nl het boekje -Verloren karakteristiek van Rotterdam – met 36 tekeningen van oude huizen van de Haagse tekenaar Leo Zeldenrust (1905-1977) op de kop te tikken. Het boekje werd in 1945 uitgegeven door de Rotterdamse uitgever Ad Donker. Het bevat een voorwoord van archivaris Henk Hazewinkel. Zeldenrust maakte zijn tekeningen voordat de binnenstad bij de ramp van mei 1940 vrijwel geheel met de grond gelijk werd gemaakt.
Achterin het boekje een waarschijnlijk door de kunstenaar getekende plattegrond met de locaties van de in het boekje opgenomen huizen.
Mij viel op die plattegrond de omvang van de Meent op.
Het Rotterdams straatnamenboek van Johan Okkema, Rob Feringa en Cees Zevenbergen uit 1992 meldt dat de straat al in 1385 voorkomt als ‘der Stede wech’ en in 1404 als ‘Poortweg’. In de eerste helft der 15e eeuw houdt men de paardenmarkt ‘in de Lombaertstrate op de meente neffens de capelle [de Sint Sebastiaanskapel]. In 1531 spreekt men van ‘Beestenmarkt’ en wat later ‘Varckenmart’.
In oorsprong liep de Meent, of gemeenschappelijke weide, van de Botersloot naar de Oppert. Nadat het stadsbestuur van vele kanten de wens kenbaar was gemaakt een brede verbindingsweg te scheppen tussen Coolsingel en Goudsesingel aanvaardde de gemeenteraad op 19 juni 1913 het daartoe ingediende plan. Nog net voor de oorlog was het goeddeels ten uitvoer gebracht.

In het Rotterdams oud-notarieel archief komt voornamelijk de Meent voor, al wordt af en toe melding gemaakt van Verckenmarckt of spellingsvarianten van deze plaatsaanduiding.
Een keuze:

Cathelina van der Gracht, dochter van Franchoys van der Gracht en Boudewijntgen Arondeaulx, benoemt haar moeder, wonend op de Meent of Verckenmarckt tot erfgename.

Inventarisnummer: 3 – Aktenummer: 57 – Bladzijnummer: 78 – Aktedatum: 25 augustus 1590 – Aktesoort: testament – Notaris: Jacob Symons

= = =

Leendert Habrechtsz (35), kleermaker, en Aelbrecht Gerritsz, bakker, verklaren op verzoek van Govert Jansz, schipper, dat de ongehuwde Maritgen Anthoenisdr, inwonend bij Andries Gerritsz, scheepstimmerman op de Meent of Verckemerct, aan Jan de Smit heeft toegegeven dat zij met Govert Jansz het bed heeft gedeeld.

Inventarisnummer: 12 – Aktenummer: 71 – Bladzijnummer: 273 – Aktedatum: 4 juni 1606 – Aktesoort: attestatie of verklaring – Notaris: Jacob Symons

= = =

Jan Goossensz, straatarbeider, sluit een contract van huwelijkse voorwaarden met Annetgen Jansdr, weduwe van Salomon Carelsz op voorwaarde dat in geval van scheiding een vierde deel van drie huisjes staande aan de Meent zal toekomen aan Annetgen Jansdr. De drie panden worden belend door Lodewijck Lodewijckxz en Joost Verschuyren en strekken van de halve straat tot aan de Sint Sebastiaanskapel.

inventarisnummer: 64 – Aktenummer: 85 – Bladzijnummer: 267 – Aktedatum: 16 december 1626 – Aktesoort: huwelijksvoorwaarden – Notaris: Willem Jacobsz

= = =

Bij de afbeelding:
Merkwaardigerwijs bezit noch Stadsarchief Rotterdam, noch Museum Rotterdam een oude tekening of oud schilderij van de Meent. Alleen Rijksmuseum Amsterdam toont bij - Meent Rotterdam – deze prent van de Sint Sebastiaanskapel aan de Meent van R. Schultze en Walraad Nieuwhoff op het titelblad van het boek - History of the Scottish Church Rotterdam - door dominee William Steven – Collectie Rijksmuseum Amsterdam.

= = =

Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

Het vierde en laatste klooster waarvan hier op rij melding is het Sint Agnietenklooster van de “Grauwe Zusters” Francisc...
07/09/2026

Het vierde en laatste klooster waarvan hier op rij melding is het Sint Agnietenklooster van de “Grauwe Zusters” Franciscanessen aan de Botersloot en ongeveer tussen Prinsenstraat en Nieuwe Markt. Hermine Moquette, van 1900 tot 1929 adjunct-archivaris van het Rotterdams Gemeentearchief, meent zelfs dat de latere Nieuwe Markt deel uitmaakte van het kloostercomplex.
De Rotterdamse orde der Agnieten werd gesticht omstreeks 1408 en was vernoemd naar de heilige Agnes die op dertienjarige leeftijd te Rome de marteldood stierf.
In 1575 werd een deel van het klooster ingericht tot woning van Prins Willem van Oranje in gevalle hij de stad zou bezoeken. De raadspensionarissen Johan van Oldenbarneveldt en Hugo de Groot bewoonden achtereenvolgens een dienstwoning in het Prinsenhof. Tot 1645 hield de Admiraliteit op De Maze er haar beraadslagingen. De laatste kloosterzusters werden in 1593 ondergebracht in het Gasthuis. De Nederlands Hervormde Gemeente nam de kloosterkerk als Prinsenkerk in gebruik. Deze kerk werd aan het begin van de twintigste eeuw afgebroken om plaats te maken voor de Gemeentebibliotheek die eind 1923 zijn deuren opende.
Al verscheidene malen kwam het Prinsenhof in deze rubriek ter sprake. Daarom zocht ik het meer in de naam Agniete. De Rotterdamse oud-notariële database geeft 226 zoekresultaten op Agniet* waarbij het sterretje als joker diende, die alle uitgangen van het woord mogelijk maakt.

Een keuze:

Aanvulling op de boedelinventaris opgemaakt door:
Emmerentiana van Dompselaer weduwe van Jacob Adriaensz de Licht, op verzoek van Symon de Licht
te Gouda: Emmerentia geniet een prebende van het
Sint Agniete Convent in Amersfoort.

Inventarisnummer: 83 – Aktenummer: 14 – Bladzijnummer: 323 – Aktedatum: 1 april 1623 – Aktesoort: boedelinventaris – Notaris: Jan Andriesz. van Aller.

===

Claes Claesz de Jong, brouwer in Het Anker, en Dirck Jansz Vettekeucken te Delfshaven, mede namens Pieter Jansz Gouwenaer, man van Neeltgen Stevensdr, verklaren dat Matijs Jansz, pastoor te Voorhouten, in 1477, op St Jansdag een vicarie heeft gesticht op het altaar van Sinte Anna, in de Oude Kerk te Delft, ter ere van Maria, moeder Gods, en de apostelen Bartholomeus en Hipolitus, met 4 morgen land gelegen bij Delft aan de zuidzijde van Delftsenhage, met 7 morgen land in de parochie van Luts, samen met het klooster- en bagijnenland van de Sinte Agnieten te Delft, tot welk land Jan Pietersz Wttenschout, vader van Pieter Jansz Wtterschout, zijn minderjarige zoon, recht heeft door de overwijzing op 14 november 1642 door Cornelis Brontgeest en Jan Cornelisz Brontgeest, zijn zoon, op Pieter Janssen Wtterschout.

Inventarisnummer: 471 – Aktenummer: 253 – Bladzijnummer: 487 – Aktedatum: 20 februari 1644 – Aktesoort: attestatie of verklaring – Notaris: Willem Andriesz van Aller.

===

Claes Cornelisz, metselaar, en Agnietgen Thomasdr, zijn vrouw, benoemen elkaar tot erfgenaam.

Inventarisnummer: 10 – Aktenummer: 2 – Bladzijnummer: 8 – Aktedatum: 30 augustus 1603 – Aktesoort: testament – Notaris: Jacob Symons.

===

Cornelis Henricxz van Ravesteyn, koopman, en zijn vrouw Elisabeth Cornelisdr van Beecq, wonende aan de Blaak, herroepen hun testament, gepasseerd ten overstaan van notaris Hubert Baers en benoemen elkaar over en weer tot universeel erfgenaam. Zij
bep***n, dat na de dood van de langstlevende, hun
nalatenschap gelijkelijk moet worden verdeeld door hun dochters Janneken Cornelisdr, Gryetgen Cornelisdr en Cathalyna Cornelisdr en de kinderen van hun zoons Jan Cornelisz van Ravesteyn, man van Jannetgen Gerritsdr Neeloom en Cornelis Cornelisz van Ravesteyn, met enkele nadere bepalingen aangaande het erfdeel voor hun
beide zoons. Voorts een legaat van 600 gulden aan
Agnietgen Jansdr van Lier.

Inventarisnummer: 68 – Aktenummer: 118 – Bladzijnummer: 410 – Aktedatum: 1 januari 1631 – Aktesoort: testament – Notaris: Willem Jacobsz.

===

Agnieta (ook wel Angenieta) van Driel, weduwe van Cornelis van Hartichvelt, raad en vroedschap, machtigt, mede als voogdes over haar kinderen, Leonard van Zijl, notaris en procureur, om haar zaken te behartigen, in het bijzonder in een zaak hangende voor de Hoge Raad over de afhandeling van de boedelinventaris van haar overleden man.

Inventarisnummer: 681 – Aktenummer: 33 – Bladzijnummer: 44 – Aktedatum: 17 februari 1654 -
Aktesoort: machtiging – Notaris: Bartholomeus Roose.

= = =

Tot besluit zijn er een aantal akten met de belevenissen van een geelharige Agnietje van de Schiedamsedijk, niet behept met een knellend zedig besef, die op het kraambed verklaarde : “Geen nood, geen nood. Het gaat zo het gaat. Cornelis Cornelisz de schipper is een goed mens. Die zal ’t kind wel houden. Die zal de vader zijn, schoon hij het niet gemaakt heeft."

Inventarisnummer: 436 – Aktenummer: 27 – Bladzijnummer: 34 – Aktedatum: 25 februari 1644 – Aktesoort: attestatie of verklaring – Notaris: Balthasar Basius.

= = =

Bij de afbeelding: Binnenhof van het Sinte Agnietenklooster aan de Botersloot omstreeks 1500 - op de achtergrond de latere Prinsenkerk – maker onbekend – Collectie Stadsarchief Rotterdam

Het derde klooster uit het rijtje dat voormalig Rotterdams archivaris Hermine Moquette noemt in haar straatnamenboek van...
31/08/2026

Het derde klooster uit het rijtje dat voormalig Rotterdams archivaris Hermine Moquette noemt in haar straatnamenboek van 1928 : Het Sinte Aechteklooster aan de Westewagenstraat ofwel het klooster van de heilige Agatha dan wel het klooster van de Witte Zusters.

De heilige Agatha van Sicilië stierf in het jaar 251 de marteldood omdat zij haar geloof niet wilde afzweren. Haar levensbeschrijving staat op Wikipedia.

Stadsarchief Rotterdam bezit twee tekeningen van de plattegrond van het klooster. De ene, hier gepubliceerde zou dateren van 1558, kent geen maker en bevat een heldere legenda, de tweede, zonder legenda, van de hand van Jacob Kortebrant dateert van 1563 en lijkt als twee druppels water op de voorgaande.

Het klooster der Witte Zusters zoals het toen ter tijd algemeen bekend stond was gevestigd op de hoek van de Leeuwestraat en de reeds genoemde Westewagenstraat, die Hoogstraat en Schiedamsedijk met de Delftse Poort en de weg naar Delft verbond. Op het hier eveneens gepubliceerde kaartfragment van Balthasar Florisz van Berckenrode uit 1626 heeft de Leeuwestraat nummer 115 en de Westewagenstraat nummer 123, het klooster stond aan de westzijde van de Westewagenstraat en aan de noordzij van de Leeuwestraat. Het is opmerkelijk dat Van Berckenrode de kloosterkerk, die bij Kortebrant en zijn voorganger prominent in beeld is, op zijn plattegrond niet weergeeft. Deze kerk moet de reformatie derhalve niet hebben overleefd.

Het Rotterdams oud-notarieel archief kent geen Aechteklooster en de Witte Zusters komen daarin ook niet voor. In de Westwagenstraat (zonder e) is geen spoor van de Witte Zusters te vinden. Zoeken op Westewagenstraat (met e) geeft drie akten die ik de moeite waard vond. Zij volgen na de volgende drie passages uit de Rotterdamse gifteboeken ofwel registers van overdracht van onroerend goed :

16 september 1555 : Heer Cornelis Heyndericxz, pater van de convente van Ste. Aechten binnen Rotterdam, met Antheunis Jacopsz Besemer en Adriaen Robbrechtsz als vaders van het convent geven Christyna Jansdr gifte van een erf in de Westwagenstraet aan het einde van het convent, met Jacop Diricxz de timmerman aan de noordzijde en aan de zuidzij de steeg toebehorende het convent en Christyna samen, breed 5 roedevoeten. Bezwaard met 8 Karelsgulden per jaar, waarvan 7 gld. te lossen met 5 schellingen groot en 1 gulden zal blijven tot eeuwige erfpacht. De steeg zal lopen vanaf de straat tot aan de sloot, waar men een heimelijk zal maken op beider kosten, ten behoeve van Christina Jansdr en van de bezitters van het erf van het convent, breed 16 roedevoeten, waarop huizen gebouwd kunnen worden.

===

2 augustus1557 : Adriaen Robertsz als buitenvader van de convent van Sinte Aechten binnen Rotterdam, met heer Pieter Cornelisz als kapelaan van het convent, geeft gifte aan Aernt Maertensz. lijndraaier van een erf in de Leeuwestraat, strekkende van de halve straat tot achter aan de eerste p**t, staande bij de molen met Geryt Rutgaertsz aan de oostzijde en Jacob Jansz aan de westzij. Bezwaard met 2 Karelsgulden en 5 stuivers. per jaar, waarmede dit erf is uitgegeven en waarvan 35 stuivers te lossen met de penning 16, ‘met 15 seffens’ en de 10 sts. blijven staan als eeuwige erfpacht. De heining tussen de ontvanger en het convent moet 7 roedevoeten hoog van planken gehouden worden op beider kosten half en half. Geen privaat te zetten op een roe aan beide zijden van de heining van het convent en van Gerrit Rutgaertsz. Waarborg op alle goederen van het convent.

===

28-11-1561: Cornelis Dircxz Knecht geeft met consent van Gerrit Aergensz Kool als Heilige Geestmeester gifte aan het convent van Sinte Aechten van zijn huis en erf in de Westwagenstraet, eertijds het convent toebehoord hebbende, met Anthonis de houtzager aan de noordzijde en het convent aan de zuidzij en strekkende van de halve straat tot achter in het water van de vaart. Met zulke renten als het convent zelf daarop houdt.

===

Drie akten uit het Rotterdams oud-notarieel archief :

Maertge Pieters van Doorne, echtgenote van Jacob Claesz Vermeer, van de Westwagestraat - hoek Leeuwestraat, liggende in het kraambed benoemt in geval van kinderloos overlijden haar man tot universeel erfgenaam. Indien haar ouders dan in leven zijn, krijgen deze haar lijfgoed en 200 gulden, daarnevens een legaat aan haar broers Pieter Pietersz van Doorne en Aryen Pietersz van Doorne van 2 pond Vlaams; indien er kind(eren)zijn, dan krijgt elk kind 700 gulden, Jacob wordt dan tevens voogd. Haar lijfgoed gaat dan naar haar moeder, met compensatie van 100 gulden aan haar man. Indien kind(eren) sterven na haar dood, doch voor haar man erven erfgenamen ab intestato 300 gulden.

Inventarisnummer : 355 – Aktenummer : 186 – Bladzijnummer : 508 – Aktedatum 1 juli 1644 – Aktesoort : testament – Notaris : Jacobus Delphius

===

Ingetgen Adriaensdr, weduwe van Salomon Lourisz, witter, wonende in de Westewagenstraat op de hoek van de Leeuwestraat, verklaart dat haar man Salomon Lourisz in het ziekbed, kort voor zijn overlijden, heeft gezegd dat hij zijn testament, ongeveer een jaar voor zijn overlijden gemaakt bij notaris Adriaen van Aller, niet wil zien uitgevoerd. Hij houdt vast aan het testament dat hij samen met Ingetgen heeft gemaakt in 1626,omtrent drie jaar na hun trouwdag, bij notaris Willem Jacobsz te Rotterdam.

Inventarisnummer : 456 – Aktenummer : 249 – Bladzijnummer : 635 – Aktedatum : 30 oktober 1656 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris Leronard van Zijl

===

Ingetgen Adriaensdr Molegraeff, weduwe van Salomon Lourissen Wittox, wonende in de Westewagenstraat op de hoek van de Leeuwestraat, en Jan Roosenboom, wijnkoper, mede wonende in de Westewagenstraat, gehuwd met Hester Salomons, dochter van genoemde Wittox en Grietgen Henricxdr, verklaren dat zij wederzijds geen schulden hebben.

Roosenboom krijgt, voor hetgeen hij nog tegoed heeft, een kustingbrief die op 04-05-1650 was verleden ten profijte van Salomon Wittox en ten laste van Annitge Buijs. Deze kustingbrief is verhypothekeerd op een huis in de Leeuwestraat.

Inventarisnummer : 459 – Aktenummer : 148 – Bladzijnummer : 260 – Aktedatum : 30 oktober 1656 – Aktesoort : kwijting – Notaris : Leonard van Zijl

===

Overige legenda bij het kaartfragment van Van Berckenrode : rechts naast de Westewagenstraat loopt de Delftse Vaart ook wel afgekort tot Vaart en bij de legenda op de oude plattegrond als Spuivaart. Verder rechts daarvan bij 133 de Grote of Latijnse school, het latere Erasmiaans Gymnasium. Bij 8 op de hoek van de Hoogstraat en de Schiedamsedijk de Engelse Kerk. Links daarvan op de plaats van het parkje met de bomen stond het vroegere slot Bulgerstein.

===

Zo de inhoud van dit bericht u aanstaat, zoudt u het dan willen liken ?

Over het Sint Annaklooster aan het begin van de Oostwagenstraat of Goudse Wagenstraat nabij de Goudse Poort aan de Gouds...
24/08/2026

Over het Sint Annaklooster aan het begin van de Oostwagenstraat of Goudse Wagenstraat nabij de Goudse Poort aan de Goudse Vest, de latere Goudsesingel, is mij niet veel bekend.
Het Rotterdamse Straatnamenboek van Johan Okkema, Rob Feringa en Cees Zevenbergen meldt dat de Goudse Wagenstraat in 1366 in niet nader vermelde bronnen voorkomt.
In het straatnamenboek van Droogendijk en Moquette van 1928 vond ik dat het klooster in bij de grote stadsbrand van 1563 samen met de Goudse Poort en het Predikherenklooster aan de Hoogstraat geheel in as werd gelegd. Pas op 1 april 1598 moet het zijn herbouwd, want toen trokken de wezen van het Gereformeerd Burgerweeshuis erin.

In het oudst bekende Gifteboek van 1538, een register van overdracht van onroerend goed, komt het Annaklooster als volgt voor :

Op 1 mei 1541 geven Pieter Ariensz Karre en Melis Adriaensz, buitenvaders van het Sinte Annen- Zusterhuis, Mathijs Dircxz, molenaar, gifte van een huis en erf aan de westzijde van de Oostwagenstraat met de Stadsvest aan de noordzijde en de zusters van Sinte Anne aan de zuidzijde, en strekkende van voor van de halve straat tot achter in de sloot. Bezwaard met één Karelsgulden en vier stuivers rente. Waarborg: het Zusterhuis met al hun goed.

===

Uit het Rotterdams oud-notarieel archief komen de drie navolgende akten op trefwoord Oostwagenstraat en Goudse Wagenstraat :

Maertje Ariensdr, vrouw van Philips Cornelisz Broertje, wonend buiten de Delftsepoort, verkoopt het huis en erf De Vergulde Roskam op de oosthoek van de Oostwagenstraat, aan Abraham Jansz Moeljaers voor 4000 gulden. Op het pand rust een hypotheek van 500 gulden, ten behoeve van ene Hoogewerff, die de koper in mindering op de koopsom overneemt. Het huis belent ten oosten Emmetje Leendertsdr, weduwe van Floris Gerritsz, en ten westen de Oostwagenstraat. En strekt zich uit van de Kipstraat tot achter aan het huis van de kinderen van wijlen Adriaen Eeuwoutsz.

Inventarisnummer : 550 – Aktenummer : 14 – Bladzijnummer : 26 – Aktedatum : 24 januari 1649 – Aktesoort : verkoop – Notaris : Pieter Cornelisz van der Licht.

===

Trijntje Wiggertsdr, weduwe van Cornelis Cornelisz, verkoopt Joris Jansz Somer, haar zwager, twee aangrenzende huizen met erf aan de westzijde van de Oostwagenstraat. Koopsom 1400 gulden; aanbetaling bij overdracht van de gifte op een nader te bep***n datum en de rest op rente.
De panden grenzen aan het Weeshuis, en de gemene buursteeg, en strekken tot achter de grutmolen van Pieter Eeuwoutsz, die gehuwd is met de weduwe van Joost Jacobsz Verpost.
Inventarisnummer : 551 – Aktenummer : 89 – Bladzijnummer : 151 – Aktedatum : 16 mei 1650 – Aktesoort : verkoop – Notaris Pieter Cornelisz van der Licht

===

Jan Maersman, commissaris van het Goudse Wagenveer, verklaart op verzoek van Francois Verboom, baljuw en schout, dat zijn wonden toegebracht door Job de Bot, voerman van Gouda, zijn verbonden door een chirurgijn in de Goudsewagenstraat op de hoek van de Breestraat.

Inventarisnummer : 570 – Aktenummer : 147 – Bladzijnummer : 251 – Aktedatum : 26 augustus 1656 – Aktesoort : attestatie of verklaring – Notaris : Hartman de Custer

===

Bij de afbeelding :

Het Sinte Annaklooster op de hoek van de Bredestraat en de Goudse Wagenstraat of Oostwagenstraat omstreeks 1550 – tekening – maker onbekend – Collectie : Stadsarchief Rotterdam

===
Zo de inhoud van dit bericht u iets zegt, zoudt u het dan willen liken ?

Adres

Hofplein
Rotterdam

Website

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Oud-Notarieel Rotterdam nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Snelkoppelingen

Delen