25/03/2026
In de literatuur bestaat het verschijnsel schrijvers-schrijver. Een schrijver die gewaardeerd – en vooral gelezen - wordt door andere schrijvers. Het zijn vaak hele goede schrijvers, die goede recensies krijgen, maar waarvan weinig boeken worden verkocht. Waarom?
Misschien omdat het geen meelopers zijn, geen pleasers, geen u-vraagt-wij-draaien type mens, niet voor de markt schrijven, niet willen behagen, niet op complimentjes zitten te wachten (nou ja, af en toe dan, vooral van andere schrijvers), voor wie maar één ding telt in het leven: kwaliteit. En ook: geen compromissen.
Als we het woord schrijver vervangen door fotograaf zou hier de naam Otto Snoek (1966) van toepassing zijn. Iedereen die van documentaire fotografie houdt kan niet anders dan houden van het werk van Snoek. Hij is een wereldburger (hoewel hij maar niet loskomt van Rotterdam, een echte liefde, waarover hij ooit zei: ‘Nu drie decennia verder in mijn loopbaan als fotograaf bepaalt nog altijd de stad Rotterdam mijn onderwerpkeuze. Om het wezen van de stad te doorgronden richtte ik bij voorkeur mijn camera op haar bewoners. En wel op de tijden dat zij ergens groepeerden.’), die regelmatig Oostwaarts (Transnistrië, Oekraïne, Roemenië) is getrokken om daar het leven van alle dag in grote steden vast te leggen. Snapshots, momentopnamen, maar altijd met veel gevoel vastgelegd.
Architectuur, urbanistiek, hoe mensen wonen, rondhangen, opgaan in de massa of juist niet, tot elkaar veroordeeld zijn (soms in getto’s, soms in Vinexwijken), op straat met elkaar in gesprek zijn of er juist het zwijgen toedoen, het met elkaar moeten rooien. Dat zijn terugkerende thema’s en zijn stijl is liefdevol en tegelijkertijd meedogenloos: ‘Vensters op een verdwenen wereld’, zo omschrijft hij de foto’s die hij in Charkov, Loegansk en Donbass maakte eind jaren tachtig, begin jaren negentig
We kennen die namen, ze komen voortdurend voorbij als het – vijfendertig jaar later – over de oorlog tussen Oekraïne en Rusland gaat. Het is actuele nostalgie.