24/05/2026
Bron tekst: Geschreven naar aanleiding van de in 1910/1911 daaraan verrichte herstellingen van de Oldehove en de daarbij aan het licht gekomen bijzonderheden door Directeur Gemeentewerken W.C.A. Hofkamp.
Het in Tweeën Scheuren
Maar behalve het scheefzakken deed het daarmee gepaard gaande scheuren, wat in Oost- en Westgevel over de volle hoogte gebeurde, den toren nog veel meer kwaad. Dat wisten ook de bouwers van den toren reeds en daarom hebben ze, voor zoover van hen afhing, alles gedaan, wat mogelijk was, om het gevaar voor de gevolgen er van te verminderen.
Allereerst hebben ze onder het bouwen reeds de meeste, als ramen bedoelde, openingen dichtgemetseld en ze als nissen bewerkt. Ook de overige werden spoedig vol gemetseld, maar bovendien werd nog één voorzorg getroffen, die elders misschien nog weinig is voorgekomen en daarom ook hier vermeld moet worden. Ter hoogte van de balken, n.l. waarop de oude klokkenstoel rustte, zijn door ons in de muren rondgaande eiken balken ontdekt, die reeds tijdens den bouw ingemetseld moeten zijn geworden en op de hoeken door ijzeren stroppen aan elkander verbonden waren. Dit gebeurde zeker om daardoor het verder scheuren of althans het uitelkander wijken der twee deelen tegen te gaan.
’t Is mogelijk, dat er meer van zulke ingemetselde balklagen bestaan, maar ’t vinden er van zal moeilijk zijn. Wij hebben ook niet verder gezocht en vonden deze toevallig. Toch hielp helaas ook dit middel niet, want onze bouwmeesters hadden ook hier weer vijanden.
De balken zijn nl., alhoewel genomen van best en hard eiken hout van 30 bij 30 centimeter zwaarte, toch zoo goed als geheel door den worm vertreerd en het ijzer is door het daarop inwerken van de kalk in roest overgegaan. Noch van ’t eene noch van ’t andere is er iets meer over, dat nog een weinigje kracht bezit. Het ijzer van 5 bij 5 meter zonder wormgaten. Het schijnt, dat deze worm ook van een ander soort is dan de gewone, die geregeld in het spint van ’t hout, ook van eiken, voorkomt, want de gaten zijn veel wijder en de hardste deelen van ’t hout, zelfs de noesten zijn nog niet gespaard. Alleen kan men zien, dat bij noesten de worm een weinig van richting is veranderd.
📷Foto 1. Oldehove. Interieur boog westzijde voor de restauratie 5 augustus 1910.
📷Foto 2. Interieur boog westzijde na de restauratie 19 september 1910. Fotograaf niet vermeld, collectie HCL.