30/08/2026
𝗗𝗲 𝘇𝘄𝗮𝗮𝗿𝘀𝘁𝗲 𝘀𝘁𝗿𝗮𝗳
Eeuwenlang was de doodstraf in Nederland de zwaarste straf die kon worden opgelegd. In 1870 werd de doodstraf afgeschaft. Tien jaar eerder, in 1860, werden de laatste doodstraffen voltrokken. Na 1860 werden nog wel personen ter dood veroordeeld, maar werd die straf niet meer ten uitvoer gebracht.
Dit gold bijvoorbeeld voor Willem Taekeles de Schaaf. Op 31 januari 1866 had Willem ‘s nachts ingebroken in een huis in Sneek, waar een weduwe woonde. Toen de weduwe wakker werd van het lawaai en uit bed wilde stappen, had Willem haar om het leven gebracht. ‘Uit vrees voor ontdekking’, zei hij tijdens de rechtszitting.
Hij werd door het Gerechtshof in april 1866 ter dood veroordeeld. “Hij heeft gedurende de geheele zitting hardnekkig de misdaad ontkend (…) en zich door allerlei uitvluchten zoeken te redden.”, stond er in de krant. Ook eerdere misstappen werden meegewogen in het oordeel van de rechter, zoals de mishandeling van zijn schoonmoeder en een poging tot vergiftiging van zijn stiefkind.
Tijdens de zitting had de rechter aangegeven dat Willem maar niet te veel moest rekenen op gratie van de koning. Maar dat gebeurde toch: in oktober 1866 werd de doodstraf door de koning omgezet in een gevangenisstraf van 20 jaar. Die moest Willem uitzitten in het Huis van Tuchtiging en Opsluiting in Leeuwarden.
Willem had in de rechtbank gezegd dat de inbraak onder meer was ingegeven door de op handen zijnde bevalling van zijn vrouw, ‘waarvoor kleederen en linnen nodig waren’. Maar zijn vrouw Anna draaide er uiteindelijk alleen voor op: hun zoon Gerrit werd geboren toen Willem in voorarrest zat. Anna overleed in 1876, halverwege Willems gevangenschap.
Op 16 juni 1885 kwam Willem op vrije voeten. Hij had ruim 10 maanden korter in de gevangenis gezeten dan de oorspronkelijke straf, waarschijnlijk omdat hij zich tijdens de gevangenschap goed had gedragen.
Willem heeft helaas niet lang van zijn vrijheid kunnen genieten. Hij verhuisde naar Amsterdam en trouwde daar in 1886 met een nieuwe vrouw. Hij werd herenigd met zijn zoon Gerrit, die bij hem kwam wonen. Eind april 1888 beviel zijn vrouw van een dochtertje. Twee weken later overleed Willem in het Amsterdamse Binnengasthuis aan de kroep.