09/05/2026
Ik kwam nog oude gegevens tegen uit het jaar 1981 dat best vermeldingswaardig is.
Grave, gehucht/wijk De Zitterd
Van 6 mei tot 31 juli 1981 vond door het Rijksmuseum van Oudheden te Leiden een opgraving plaats in het uitbreidingsplan 'De Zitterd' te Grave. Door de heren J.de Wit en M.F.M. Koolen, beiden uit Grave, waren aldaar op verschillende punten vondsten gedaan tijdens de voorbereidende graafwerkzaamheden en de eerste woningbouw. Het ging daarbij om nederzettingsmateriaal uit het Midden-Neolithicum, van de Vlaardingen-cultuur (?), klokbekercultuur en uit de Midden-Bronstijd. Een deel van de vondsten werd gedaan op de lage dekzandrug 'De Zitterd' zelf, maar andere vondsten kwamen aan de dag bij de constructie van de nooduitlaat van het rioleringssysteem uit de onder de veenopvulling van een grote, voormalige rivierloop, die het terrein aan de zuidzijde begrenst. Doel van het onderzoek was in de eerste plaats het nader vaststellen van de vondstomstandigheden van een grote groep Midden-Neolithische vuursteen, welke uit deze rioolsleuf afkomstig was. Ten tweede diende vôôr de bouwactiviteiten het terrein nader archeologisch te worden verkend. Er zijn enkele sleuven gegraven in de oeverzone van de verlande rivierloop, met name nabij de vermelde nooduitlaat. Voorts werden enige lange sleuven over de zandhoogte gegraven en werden enige verkenningsputten aangelegd. Het zandterrein van 'De Zitterd' bleek over grote delen ernstige en diep te zijn verstoord. Voor een deel is dit in verband te brengen met militaire activiteiten in de Tachtigjarige Oorlog. Plaatselijk was evenwel het oude bodemprofiel ( een bruine bosgrond ) nog bewaard gebleven, maar daar ontbraken prehistorische sporen. De eerder gevonden archeologica komen klaarblijkelijk uit kuilvullingen, die onder de verstoringen bewaard waren gebleven. De vondstrijkdom in de geulopvulling was teleurstellend. Over de context van de Midden- Neolithische vondsten werd niets nader bekend omdat J. de Wit alle vondsten bestaand uit een vuursteendepot verzameld had uit veen. Wel werden er vrij hoog in de opvulling enkele scherven aangetroffen, die moeilijk met enige zekerheid te dateren zijn, maar tenminste uit de periode vôôr de Late Bronstijd moeten stammen. Nadere verkenning van enkele Klokbekervindplaatsen bleef zonder resultaat, maar van de Drakenstein-bewoning werd een vondstrooiing en een kuilvulling aangetroffen in een opgevulde, wijde depressie. Ook in de geul-oeverzone kwam plaatselijke Drakenstein-afval voor. Op een hoger niveau bevond zich in de vermelde depressie een ( inheems ) Romeinse vondstlaag en aan de geul-oever werd een vierkante, houten waterput blootgelegd. In de bovenste lagen-verstoorde en opgebrachte grond-was Middeleeuws materiaal vanaf Pingsdorf en Paffrath aanwezig. Het terrein 'De Zitterd' blijkt dus over een zeer lange periode telkens weer te zijn bewoond. Subrecente verstoring heeft echter veel nadere informatie verloren doen gaan. De weken van 21 tot 31 juli werd de opgraving gecombineerd met een archeologisch instrutiekamp voor de Nederlandse Jeugdbond ter Bestudering van de Geschiedenis, waaraan 17 leden deelnamen.
Bron IPL L.P. Louwe Kooijmans.
Grave, 'De Zitterd'. Inheems-Romeinse Waterput