Visafslag Elburg

Visafslag Elburg Welkom op de facebook-pagina van museum Visafslag Elburg. Welkom! www.visafslagelburg.nl

Wij zijn in het zomerseizoen open vanaf de eerste dinsdag in juli t/m Botterzaterdag in september op elke dinsdagmiddag t/m zaterdagmiddag van 14.00-17.00 uur.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
29/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

De zomervakantie is in heel het land weer ten einde. Het weer slaat om en daarom staat in dit laatste artikel een bijzondere vorm van visserij centraal: de ijsvisserij.

Veel mensen kunnen zich een strenge winter niet meer voorstellen, maar in de vorige eeuw kon het nog lang en hevig vriezen. Wanneer de vorstperiode lang genoeg was, kon zelfs de Zuiderzee en later het IJsselmeer dichtvriezen. Er zijn genoeg verhalen bekend van mensen die lopend vanaf Stavoren naar Enkhuizen gingen over het ijs.

Het vissen op bot onder het ijs, het zogenoemde botkloppen, kwam in Elburg niet voor. Maar er werd wel onder het ijs gevist op spiering. In de zomermaanden heerste er onder de spiering een wormziekte. Hierdoor waren ze niet geschikt voor consumptie. Zodra het kouder werd, verdween deze ziekte.

Er werd op twee verschillende manieren onder het ijs gevist op spiering. Dit kon met staande netten of met floddernetten. Bij beide netten diende de visserman eerst een driehoekig g*t, een bijt, te maken in het ijs met een ijsbijl en ijszaag. Met een lange lat of stok werden dan zes netten onder het ijs geschoven in zes verschillende richtingen. De floddernetten werden slechts voor korte tijd onder het ijs gestoken, maar de staande netten bleven een nacht over onder het ijs staan.

Het flodderen gebeurde 's nachts. Aan de rand van het ijs werd een lantaarn neergezet, zodat de spiering door het licht aangetrokken werd. Na enige tijd werd er gevoeld of er wat in de netten zat. Wanneer de vangst tegenviel, werd op een andere plek een nieuwe poging gewaagd.

De visserij-onder-ijs was geen keuze uit weelde. Het was uit pure noodzaak geboren. Zolang er ijs lag, konden de vissers de haven niet uit met hun schepen. Hierdoor lag hun inkomen stil en veel reserves had men niet. Hierdoor werd men dus gedwongen om zich op de ijsvlakte te begeven. Het gebeurde wel dat vissers lange tijd op het ijs zaten en maar met een enkele spiering thuiskwamen.

Hoe verder men uit de kust ging, hoe gevaarlijker het vissen op het ijs was. Het gebeurde wel eens dat als de wind draaide en het begon te dooien, vissers vast kwamen te zitten op een afgebroken ijsschots en door de wind de Zuiderzee opgeblazen werden. Na veel inspanningen en ontberingen konden velen zich in veiligheid brengen. Door een aantal vissers werd dan ook uit angst niet aan deze visserij gedaan.

Wilt u zelf de ijsslee, floddernetten, ijsbijl en andere benodigdheden voor de ijsvisserij bekijken, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van vandaag vrijdag 29 augustus en zaterdag 30 augustus tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

U kunt ook een bezoek brengen aan de voormalige rokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad om nader kennis te maken met de visverwerkende industrie. Onze suppoosten zijn in augustus op de vrijdag en zaterdag van 14:00 uur tot 17:00 uur aanwezig om u daar te verwelkomen.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
27/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In de komende artikelen verleggen we de focus van het vissersbestaan naar de bedrijfstakken die sterk verbonden zijn met de visserij. Samen met het komen en gaan van de schuiten zorgden zij voor bedrijvigheid om de havenkom en in de vesting.

Naast de mandenmakerijen en de taanketel, waren de smederijen van de families Seijbel en De Gunst ook belangrijk voor het leveren van verschillende ijzeren benodigdheden. Denk hierbij aan ankers en dreggen, maar ook beslag om de stenen, die als verzwaring aan de netten dienst deden.

Ook waren er zeilen nodig voor de verschillende schepen. Daarvoor konden de vissers terecht bij zeilmakerij van de familie Bouwen. In 1917 vestigde Nicolaas A. Bouwen zich in Elburg vanuit Blokzijl. Hij begint een zeilmakerij in een schuur van brandstoffenhandel H. Zwart. Later zou hij verhuizen naar een huis nabij de sluis aan de haven (later bewoond door groentehandel J. Hoeve), dat nu afgebroken is. Daarna is de zeilmakerij verhuist naar Vischpoortstraat 15. Daar was de zeilmakerij gevestigd op de zolderverdieping, terwijl beneden een winkeltje gevestigd was waar onder andere schoenen, laarzen, oliegoed, touw en staaldraad verkocht werden.

De inkomsten van de zeilmaker kwamen voor ongeveer 50% uit de visserij. Daarnaast maakte de familie Bouwen ook molenzeilen, dekkleden, zonneschermen, markiezen, paardendekens en grote tenten.

De meeste materialen zoals zeildoek, garen, zeilringen en naalden werden hoofdzakelijk uit Krommenie, Rotterdam en Schiedam gehaald. De voor de zeilen benodigde "schoothaken" werden door smederij De Gunst vervaardigd.

Omstreeks 1962 is Nicolaas Bouwen definitief met de zeilmakerij gestopt. Hij was inmiddels de zeventig gepasseerd en ook de visserij was in die tijd drastisch ingekrompen, waardoor er weinig werk meer te verrichten was.

Wilt u zelf de netverzwaarders, dreggen en zeilmakersnaalden bekijken, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

U kunt ook een bezoek brengen aan de voormalige rokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad om nader kennis te maken met de visverwerkende industrie. Onze suppoosten zijn in augustus op de vrijdag en zaterdag van 14:00 uur tot 17:00 uur aanwezig om u daar te verwelkomen.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
23/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In de komende artikelen verleggen we de focus van het vissersbestaan naar de bedrijfstakken die sterk verbonden zijn met de visserij. Samen met het komen en gaan van de schuiten zorgden zij voor bedrijvigheid om de havenkom en in de vesting.

De vele botters en andere oude schepen van het Zuiderzeegebied worden aangesproken met de titel "Bruine vloot". Hoewel veel grote zeilschepen nu witte zeilen dragen, waren deze traditioneel bruin van kleur. Het nieuwe katoen van de zeilen was wel wit. Om deze zeilen te beschermen tegen wind, water, zon en schimmels, werden ze geconserveerd door ze te tanen. De visnetten, die tevens van katoen waren, werden enkele uren in een taanketel ondergedompeld in heet water met daarin cachou opgelost. De zeilen worden op een taanveld overgoten met de hete oplossing, waarna deze met een bezem of zwabber ingeborsteld wordt.

In cachou zit tannine, een looistof, die het katoen beschermt, maar ook voor de bruine kleur zorgt. Eerder werd dit uit de bast van eikenbomen gewonnen. De bast werd door eekschillers van takken gehaald. In de Indische acaciaboom zit veel meer tannine. Hierdoor werd dit de vervanger van eikenschors.

Na het tanen, moesten de zeilen en netten in de masten gehesen worden, zodat ze konden drogen. Dit was altijd een bijzonder beeld om te zien.

Veel visserijplaatsen hadden een specifieke taanderij met aan het hoofd een taanbaas, maar in Elburg was hier geen sprake van. Dit kwam mede doordat het tanen geen hele weektaak was.

Daarentegen hadden enkele vissers wel een taanketel in het bezit, waaronder Wijnand en Gerrit Westerink (Wijnand en Gart van Trientjen), Kobus van Tongeren (Kobus de Haane), Frank Visscher sr. en Jacob Visscher (De Fik). Aan de haven stonden ook enkele taanketels die door Manus Tijdeman (Manus van Beia) en Beert Hooghordel (Beert Pronk) werden gestookt. De meeste vissers lieten de netten en zeilen bij hen tanen, wat in de regel op zaterdag moest gebeuren. Dan was de vloot weer thuis.
Het tanen van de netten gebeurde soms om de 3 weken, maar de zeilen werden in de regel eenmaal per jaar getaand. Het tanen was niet zonder gevaar, want men werkte met kokend heet opspattend water.

Wanneer u de taanketel aan de haven bezoekt, kom dan ook naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

U kunt ook een bezoek brengen aan de voormalige rokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad om nader kennis te maken met de visverwerkende industrie. Onze suppoosten zijn in augustus op de vrijdag en zaterdag van 14:00 uur tot 17:00 uur aanwezig om u daar te verwelkomen.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
20/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In de komende artikelen verleggen we de focus van het vissersbestaan naar de bedrijfstakken die sterk verbonden zijn met de visserij. Samen met het komen en gaan van de schuiten zorgden zij voor bedrijvigheid om de havenkom en in de vesting.

Naast de visverwerkende bedrijven rondom de haven en in de vesting, waren er ook veel toeleveranciers van materieel. Hierbij moet u bijvoorbeeld denken aan de mandenmakers. Zij produceerden de vele kubben, aalkorven en kostmanden die mee aan boord gingen en de botvlechten die gebruikt werden door de visventers.

De bekendste mandenmakerijen waren die van de gebroeders Jan en Thijs Jansen. De familie Jansen komt in 1890 vanuit Harderwijk naar Elburg. De broers werken een aantal jaar samen, maar gingen uiteen vanwege verschillende politieke en religieuze opvattingen van de broers.

Hun bedrijven waren gevestigd aan de Havenstraat 5, waar later de rokerij van de familie Hulst in zou trekken, en het pand aan de Oude Bleeksweg, waar in 1925 wasserij Het Vertrouwen in zou komen. De broers hadden meerdere mandenvlechters in dienst. Ook een aantal kinderen kon hier werk vinden. De kleine vingers blijken erg geschikt voor het fijne vlechtwerk.

Een geoefende kubbenmaker werkte gemiddeld 1,5 tot 2 uur aan een kubbe voordat deze klaar was. In de twintiger jaren kostte een kubbe tussen de 80 cent en 1 gulden en ging 2 à 3 seizoenen mee.

Andere bekende mandenmakers waren Kobus Westerink, ook bekend als Kobus IJskoud, en Gerard Binnekamp, de Panhakker. Beide heren woonden aan de Smedestraat. Kobus had hier een winkel in vlechtwerk, maar had de werkplaats in een schuur in 't Engelse Wark. Gerard Binnekamp had het vak van mandenmaker geleerd bij Jan Jansen, maar ging later de groentehandel in.

De kubben uit de Visafslag zijn afkomstig van Gerard Binnekamp. Hij heeft ze in de jaren zestig gevlochten. Oud-visserman Jan Jansen (EB60) heeft deze voorzien van de keeltjes (huifjes). De houten stoppen zijn gemaakt in de timmerwerkplaats van de gebroeders Van Tongeren.

Wilt u de twijgschiller en de verschillende manden zien, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

U kunt ook een bezoek brengen aan de voormalige rokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad om nader kennis te maken met de visverwerkende industrie. Onze suppoosten zijn in augustus op de vrijdag en zaterdag van 14:00 uur tot 17:00 uur aanwezig om u daar te verwelkomen.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
16/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In de komende artikelen verleggen we de focus van het vissersbestaan naar de bedrijfstakken die sterk verbonden zijn met de visserij. Samen met het komen en gaan van de schuiten zorgden zij voor bedrijvigheid om de havenkom en in de vesting.

De visafslag zelf vormde de verbinding tussen de vissers en vishandelaren. De vers gevangen vis werd met het afmijntoestel opgekocht door de handelaren. Zij lieten de vis schoonmaken, roken of venten ze direct weer uit met de hulp van kruiwagens, fietsen, handkarren en paard en wagen.

Een aantal van de grootste bedrijven bevond zich direct om de havenkom. Dit waren de bekende visverwerkingsbedrijven en visrokerijen van de families Van Triest, Van der Heide, Hoeve en Hulst. Later kwam hier in 1953 ook de zeevisgroothandel van Gerard Petersen bij. Ook waren in de vesting een aantal visrokerijen te vinden, zoals de rokerij van G. van der Heide in de Brouwersteeg, Frank van Triest in de Rozemarijnsteeg en de broers Bosman op de Noorderwal.

De vis werd verpakt op verschillende wijzen. Het kon in manden of in kisten gelegd worden, of zoals gebruikelijk bij de ansjovis of haring in een vaatje.

In de rokerijen was het vaak een drukke bedoeling met veel mensen die hielpen bij het schoonmaken van de vis, het zogenaamde grommen, het zouten en het aanrijgen van de vis aan speten, zodat ze in de hangen gerookt konden worden. Dit werk was veelal onregelmatig, omdat men afhankelijk was van de aanvoer van de vis. Hierdoor werd ook vaak in de avonduren doorgewerkt tot de vis verwerkt was. Veel jonge jochies verdienden zo een centje bij.

Ook verdienden vissersvrouwen en kinderen een centje bij door thuis garnalen te pellen. Ze haalden de gekookte garnalen op bij de vishandelaren en pelden deze aan de tafel thuis. Gemiddeld hield men uit een mand van 28 pond gekookte garnalen acht pond gepelde garnalen over. Voor ieder pond gepelde garnalen werd 15 cent betaald in 1931.

Wilt u het afmijntoestel in werking zien, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

U kunt ook een bezoek brengen aan de voormalige rokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad om nader kennis te maken met de visverwerkende industrie. Onze suppoosten zijn in augustus op de vrijdag en zaterdag van 14:00 uur tot 17:00 uur aanwezig om u daar te verwelkomen.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
13/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

Vandaag staan we stil bij het leven aan boord.

Het leven op een vissersschuit is er niet eentje waar romantisch over gedacht hoeft te worden. Je werkt in weer en wind en het water komt niet alleen uit de lucht vallen, maar ook als buiswater over de boeg van de schuit. Oliegoed en een zuidwester beschermden je tegen het meeste water. Tegen de kou werd een zogeheten 'gezondheid' ( een brede flanellen lap stof) gedragen rond het bovenlichaam.

De enige plek van warmte op het schip was het vooronder. Een klein verblijf onder de plecht van de schuit met daarin het vuurduveltje, een kacheltje, en de kooi waarin wat geslapen kon worden en waar ook tuig opgeslagen kon worden.

Er zijn geen ramen, dus het weinige licht kwam uit kleine olielampjes die aan de wanden opgehangen waren. Met dit kleine beetje licht kon nog iets gelezen worden of een net hersteld worden, het nettenboeten.

Voordat de visserman naar zee ging, vulde zijn vrouw meestal de kostmand. In de kostmand zat vrijwel altijd brood, boter, koffie, suiker, zout en tabak. Aardappelen werden meestal apart aan boord gebracht. Het water van de Zuiderzee was zout tot brak, dus werd drinkwater in een watervat meegenomen aan boord. Voor het eerste bakje koffie werd soms een klein kannetje melk meegenomen, maar door de deining van de schuit op de golven verzuurde dit snel.

In de zomermaanden werd met behulp van een petroleumstel gekookt of gebraden. Ook het water voor de koffie werd op het petroleumstel verwarmd. De petroleum voor het petroleumstel en de olielampen werd apart in bussen opgeslagen.

In de wintermaanden werd gebruikgemaakt van een vuurduveltje. Dit is een klein, gietijzeren kacheltje waarmee het vooronder werd verwarmd. Het duveltje werd voorheen gestookt met turf en talhout, kleine houtjes die per aantal werden verkocht. Later zou de turf vervangen worden door eierkolen of het duurdere antraciet. Hoewel de warmte een mooie bijkomstigheid was, was de belangrijkste functie van het kacheltje om te koken, te braden en om koffiewater te verwarmen.

Wilt u de kostmand, het petroleumstel of het vuurduveltje met eigen ogen bewonderen, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
09/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In het laatste artikel is stilgestaan bij de verschillende visnetten die Elburger vissers gebruikten door de jaren heen. Maar waar komen die netten vandaan?

Het maken van netten is een verhaal van breien en boeten. Twee begrippen die soms door elkaar gehaald worden. Het maken van een nieuw visnet wordt breien genoemd. Dit is een arbeidsintensief proces. Een visserman begint langs een touw met het opzetten van een visnet met hele of halve mazen. Om de grootte van de mazen gelijk te houden maakt de nettenbreier gebruik van een schieltje. Dit is een plankje of rond houtje met een bepaalde doorsnede die de maat van de mazen bepaalde.

Een kuilnet was een van de moeilijkste netten om te breien. Het net bestaat uit tien perken of stroken met verschillende wijdtes van de mazen. Het voorste perk is het grootste, maar hoe verder je naar de zak, het achterste deel van de kuil, komt hoe kleiner de mazen worden. Daarom waren voor zo'n net tien schielen met verschillende diameters nodig.

Met een breinaald, van hout of metaal gemaakt, wordt een net gebreid van katoen of zijden draad. De meeste netten zijn van katoen, maar de botsleepnetten werden van zijde gemaakt. Zij kregen dan ook de naam ziënnetten. Bij het vullen van een breinaald, maakten vissers gebruik van haspels waar ze de katoenen draad omheen hadden gewikkeld. Dit maakte het makkelijker om de naalden te vullen, zodat ze weer verder konden met het breien of boeten.

De visserman was vooral bezig met het breien van netten als hij bij huis was. Maar ook als het blak, windstil, was, was de visserman aan boord bezig met breien, maar nog vaker met het boeten van een net. Boeten is namelijk het herstellen van g*ten die door het gebruik in de netten komen.

Een hulpmiddel dat gebruikt werd bij het boeten is de boetstoel. Dit was een afgedankte, oude stoel. Bovenop de rugleuning werd een lat getimmerd, voorzien van enkele spijkers. Hieraan kon het net worden opgehangen. Een witte lap stof zorgde ervoor dat de mazen van het net bij het boeten beter zichtbaar waren.

Wanneer een visserman genoeg geld had, kon hij ook kant-en-klare netten kopen. Deze werden in nettenfabrieken gebreid door oud-vissers of door vrouwen en dochters van visserlui als bijverdienste.

Wilt u de netten, boetnaalden, schielen of de boetstoel met eigen ogen bewonderen, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
06/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In de voorgaande artikelen zijn we dieper ingegaan op de verschillende vistechnieken die speciaal voor paling zijn. Echter werd er in de Zuiderzeetijd niet alleen op paling gevist, maar ook op andere vissoorten zoals haring, schar, ansjovis en garnalen. Na de komst van de Afsluitdijk in 1932 verdwenen deze vissoorten en bleven de paling, bot en spiering over. Bij dit rijtje kwam ook de snoekbaars te staan.

Veel van deze vissoorten werden gevangen met verschillende soorten visnetten zoals het staand want, het gaand want, de kuil en de fuik. Dit zijn allemaal netten die door de vissers zelf gebreid werden of werden aangekocht uit nettenfabrieken. De grootte van de mazen in het net, de openingen tussen de touwtjes, bepaalde de vissoort waarop met het net gevist werd.

Het staande want, ook wel reepnetten genoemd, wordt staand in zee gezet. De netten worden met onder andere lood aan de onderzijde en kurk aan de bovenzijde als een muur in zee geplaatst van ongeveer 2,5 meter diep. De uiteinden van de netten werden met onder andere ankers vastgezet. Vissen als haring, bot en ansjovis zwemmen met hun kop door de mazen en blijven met de kieuwen achter de draden hangen. Voor dit werk was echter wel een vlet nodig om de netten uit te zetten en binnen te halen. Dit werd door de Elburger vissers weinig toegepast. Enkel de weinige vissers die op ansjovis visten in het voorjaar, hadden het staand want staan ten zuiden van Urk.

Het gaand want, ook wel drijfnetten of sleepnetten genaamd, bestaat uit een vijftal netten die door een schip voortgetrokken worden. Dit kon door één schip gedaan worden, maar ook door de netten tussen twee schepen in te spannen. Dan was het zo dat ieder schip vijf netten overboord had en in het midden waren deze met een pin aan elkaar gekoppeld. Het grote verschil met het staand want is dat gaand want geen kurken aan de bovenzijde van de netten heeft. Hierdoor blijft het hele net onder water tijdens het slepen. Het gaand want werd vooral gebruikt voor de visserij op haring en bot.

Een specifieke vorm van gaand wand is de kuilvisserij. De meest gebruikte vorm hiervan is de dwarskuil. De kuil is een trechtervormig net, dat door de schuit over de bodem van de zee werd getrokken. De mazen zijn vooraan groter dan achterin. In het achterste deel van de kuil zat de zak of het aatje waar de vangst in werd verzameld. Met een loper waaraan stenen of ijzeren gewichten bevestigd waren, werd de dwarskuil op de bodem van de zee gebracht, waardoor het net door de zachte bodem ploegde. Hiermee werd vooral op paling en in het najaar ook op garnalen gevist.

De fuik werd door de Elburgers niet veel toegepast. Dit langwerpige net met ronde hoepels erin kon worden toegepast op de haringvisserij, maar is vooral bekend van de hedendaagse palingvisserij. De vissers die het wel toepasten, waren zogenoemde walvissers. Dit waren vissers die met punters in de nabijheid van de kustlijn visten. Pas na de komst van Oostelijk Flevoland in 1956 nam het gebruik van palingfuiken toe.

Wilt u het staande wand, de kuil of de fuiken met eigen ogen bewonderen, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

Ook in de voormalige rokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad kunt u veel verschillende netten bewonderen op de nettenzolder. Onze suppoosten zijn in augustus op de vrijdag en zaterdag van 14:00 uur tot 17:00 uur aanwezig om u daar te verwelkomen.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
02/08/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In de vorige artikelen is al stilgestaan bij twee visserijtechnieken op paling, namelijk de kubben en de palingkistjes. Vandaag staat de hoekwantvisserij centraal.

Het merendeel van de Elburger vissers viste met de dwarskuil, een groot sleepnet, op paling. Hoekwantvisserij werd slechts door enkele Elburgers uitgevoerd. Dit komt omdat er bij deze vorm van visserij een grote mate van vingervlugheid en handigheid vereist is.

De hoekwantvisserij heeft zich pas in de 19e eeuw ontwikkeld. Een van de gangmakers in Elburg was Hannes aan ‘t Goor (1850-1927) van de EB 5.

Het hoekwant bestond uit een lange katoenen lijn, de balk, waaraan een dwarslijntje, een snoer, en een haakje was bevestigd. Een spleet hoekwant bestond uit 200 haken en kon wel een lengte van 6 à 7 kilometer lang zijn. De uiteinden van de lijn werden met een joon aangegeven. Een joon is een stok met daarom een aantal kurken en een vlaggetje. Deze stok wordt met een lijn aan een steen of ander gewicht vastgemaakt zodat deze op zijn plek blijft drijven.

Binnen het hoekwantvissen zijn twee manieren te onderscheiden, namelijk het nachtschotten en dagschotten. Het nachtschotten gebeurde vooral in het voor- en najaar. Hierbij werden de spleten hoekwant 's avonds uitgeschoten en 's morgens weer ingehaald. Het dagschotten gebeurde vooral met de zomerdag. Het hoekwant werd hierbij 's morgens uitgeschoten en 's middags weer binnengehaald.

Tijdens het binnenhalen van het hoekwant kon het zijn dat de balk brak. Om de rest van het hoekwant toch binnen te krijgen, gooide de visserman een kleine dreg of zoekertje overboord om de rest van de spleet weer te vinden.

Vaak werd het hoekwant met spiering geaasd, maar ook wel met garnalen en wormen. Het geaasde hoekwant lag in een houten hoekbak zodat het niet in de knoop kon raken. Wanneer een visserman genoeg vingervlugheid bezat, kon hij tijdens het uitschieten van het hoekwant gelijktijdig het aas aan de haken doen.

Bekende Elburger ”hoe­kers” waren de families Aan ‘t Goor van de EB1, EB 5, EB 17 en EB 27 en de families Jansen van de EB 24, EB 32 en EB 60. Ook Piet Leusink (EB 8) en Jan Westerink (EB 40) bedreven na de komst van de Afsluitdijk de hoekwantvisserij. Zij visten met ongeveer 10 tot 15 spleten hoekwant per schip.

Wilt u het hoekwant, de hoekbak of de jonen met eigen ogen bewonderen, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
30/07/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In het vorige artikel zijn we begonnen met de visserij met kubben.
In dit tweede artikel staat de visserij met palingkistjes centraal.

Na de afsluiting van Elburg met het open water op 10 juli 1956 hield het bestaan voor veel vissers op. Maar een enkeling bleef doorgaan in dit beroep en bleef zich ook ontwikkelen.

In de bun, het leefruim van de botter, hing een klaarzak. Dit is een fijnmazig leefnet waarin de gesorteerde vangst werd bewaard. Hierdoor was de vangst makkelijker uit de bun te krijgen en naar de visafslag te vervoeren.
Deze klaarzakken werden door de visserman zelf gebreid van katoen. Nou wil daar wel eens een gaatje in vallen door het veelvuldig gebruik. De paling kan dan uit de klaarzak ontsnappen en los in de bun gaan zwemmen. Met een strijkbeugel, een schepnet, kunnen de meeste vissen wel weer gevangen worden, maar paling kruipt graag weg in ieder g*t dat ze kunnen vinden.
Om dit probleem op te lossen legde visserman Jan Willem Jansen (EB 24) regelmatig een kubbe onderin de bun. De paling zwom vrijwel altijd in de kubbe. Vanuit dit principe maakte Jansen een palingkistje, voorzien van twee openingen in plaats van de enkele opening van de kubbe. Dit bleek te werken.

Jan Willem maakte in de winter van 1962-1963 vervolgens tientallen palingkistjes. In de zomer van 1963 viste Jan Willen samen met zijn broers Hannes en Jan uiterst succesvol met deze palingkistjes. Het geheim van deze vistechniek werd al vrij snel ontdekt door andere vissers. Ook zij begonnen met het maken van deze palingkistjes.

Wilt u de kubben of palingkistjes met eigen ogen bewonderen, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

Wilt u de klaarzakken zien, dan bent u op de vrijdagen en zaterdagen in augustus tussen 14:00 uur en 17:00 uur welkom in de voormalige palingrokerij aan de Rozemarijnsteeg 25 in de binnenstad van Elburg. Ook daar staan onze suppoosten voor u klaar om u mee te nemen in het verleden van de visserij en visverwerking in Elburg.

Een mooi inkijkje in de herinneringen van het vissermansbestaan van Jacob Westerink, EB51, uit de Elburger Courant van 1...
27/07/2025

Een mooi inkijkje in de herinneringen van het vissermansbestaan van Jacob Westerink, EB51, uit de Elburger Courant van 1964.

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zij...
19/07/2025

Gedurende de zomerperiode verschijnt hier een aantal kleine artikelen rondom de verschillende voorwerpen die te zien zijn in ons afslaggebouw aan de haven van Elburg.

In dit eerste artikel staat de visserij met kubben centraal.

Nu dit weekend het gehele land zomervakantie heeft, lopen er genoeg kinderen bij huis. Tot een kleine honderd jaar geleden, omstreeks 1930, werd er bij de palingvisserij veelvuldig gebruik gemaakt van aalkubben. Dit zijn palingkorfjes van ongeveer 50 tot 75 cm hoogte die zijn gevlochten van wilgentenen. Aan de onderzijde zit een opening met een klein netje, een keeltje of huifje genaamd. De paling kan hierdoor wel de kubbe in zwemmen, maar niet meer eruit. Aan de bovenzijde zit een g*t dat met een houten stop wordt gesloten. Door dit g*t kan de kubbe gevuld worden met aas om de paling te lokken en de kubbe ook weer leeggehaald worden.

De kubben zaten met een touw vastgebonden aan lange stokken die in zee stonden. Om te zorgen dat de onderkant van de kubbe bij de bodem bleef werden ze voorzien van wat stenen in de korf. Een beug kubben bestond uit een totaal van 80 tot 150 kubben die in een veld stonden.

Rond het jaar 1900 viste meer dan de helft van de Elburger vissers met kubben. Het voordeel van deze vistechniek was dat dit niet 's nachts hoefde plaats te vinden. Echter werd de dwarskuil meer rendabel, waardoor de betekenis van de kubbenvisserij steeds minder werd.

Naast de kubben waren er nog twee voorwerpen erg belangrijk voor de kubbenvisserij. Dit waren de aalkorf en de kubbenboot. De kubbenboot is een roeiboot waarmee de schipper en zijn knecht met roeiriemen vanaf de grote schuit, de botter, naar het veld met stokken roeien waar de kubben aan zitten.

In de kubbenboot stond dan een aalkorf. Als de knecht de kubbenboot bij een stok had geroeid, werd de kubbe aan het touw uit het water getild. De stop werd uit de bovenkant gehaald en de inhoud van de kubbe werd in het bovenste mandje van de aalkorf gegooid. De paling kruipt tussen de spijlen van het mandje door in de grote korf en de stenen en het oude aas blijven in het mandje achter. De schipper ververste het aas, deed de stenen weer in de kubbe en sloot deze weer af met de stop. Daarna werd de kubbe weer opgehangen aan de stok in het water en ging men naar de volgende stok.

Hier komen de kinderen van de visserman weer om de hoek. Terwijl vader als schipper met de knecht de kubben leegden, moest het twaalfjarige zoontje dat ook mee aan boord was op de botter passen als bijlegger. Deze mocht niet wegdrijven van het veld met de kubben. Wanneer de aalkorf vol was, stak de knecht een roeiriem omhoog en moest de bijlegger de botter naar de kubbeboot zeilen om de aalkorf te komen legen. Daarna gingen de schipper en knecht weer verder met het legen van de kubben tot het veld nagelopen was. De bijlegger kon ondertussen alvast in het vooronder koffie zetten voor als de schipper en knecht weer terug waren.

Wilt u de kubben, aalkorf of het model van een kubbenboot met eigen ogen bewonderen, kom dan naar de Visafslag Elburg. Onze suppoosten staan van dinsdag tot en met zaterdag tussen 14:00 uur en 17:00 uur voor u klaar om u mee te nemen in het visserijverleden van Elburg.

Adres

Havenkade 1A
Elburg
8081GP

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Visafslag Elburg nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Contact Het Museum

Stuur een bericht naar Visafslag Elburg:

Delen