13/10/2026
LE GRANDE TOUR GRIS DE LA HOLLANDE
Op deze dag, vrienden, druilde, drensde, droepte, dripte en drupte het maar door en door en door. Vanaf het moment dat ik in de vroege ochtend de deur van de Muzeheerd achter mij dichttrok en naar de auto liep, miezerde mazig water uit een kleurloze lucht. Alleen vanuit de bomen en struiken van de Muzehof regende het licht. Want daar viel dat verstoven waaiwater, eenmaal tot droppels verzameld op blad en tak, in zwaarmoedig geplok naar beneden.
Ik startte de auto en reed over het glanzende Lauralaantje het erf af. Er lagen 561 kilometers voor de natte wielen, vermits ik niet verkeerd reed of om moest. Het werden er dan ook echt wel meer dan 600, lieve vrienden. En door wegwerkzaamheden, opstoppingen en snelheidsbeperkingen werd zesenhalf uur aaneengesloten autorijden er bijna acht. En gedurende al die uren en kilometers schoof het grauwgrijs gordijn grimmig mee en kierde voor geen moment.
"Wat moest je dan doen?"
Ik moest grote en kleine schatten ophalen bij vier veilinghuizen in den lande. In Wommels, Hilversum, Utrecht en Enschede en dat vanuit Appingedam en uiteindelijk weer terug naar Appingedam. Het werd een ‘Grande Tour gris de la Hollande’. Bij het Ketelmeer staken de wenkende molens telkens hun bovenste arm onzichtbaar in de grijze waterwatten boven onze hoofden en zo zwaaiden en waaiden zij het water daaruit rond. Het asfalt was zijn kleur kwijt. Het enige dat af en toe spattend rood oplichtte, waren remlichten en onleesbare brandstofprijzen langs de weg.
"Was het dan wel al die moeite waard?"
Oh, zeker. Ik zag even voorbij Coevorden een drukke beweging in de verte waar een jong veulen een hele paardenwei gek maakte met vermetele, hoge bokkensprongen. En bij Rijssen waande ik me even bij een Alpenweide vol schapen waar opeens vanuit het niets een 'vliegende deur' over scheerde, maar de schapen gelukkig ongeschoren liet. En bij Apeldoorn staken jonge berkjes bijna Mankesachtig af tegen de donkere bosrand. En ’t blijft verbazend hoe direct naast het asfalt, in een klein strookje berm onder de vangrail, laaggroeiend kruid zo lieflijk kan bloeien, terwijl de wielenwervel van langsrazend wegverkeer telkens wreed aan de kopjes rukt.
"Ja, maar wat heb je dan opgehaald?"
Oh, van alles. Zaken die geen logica kennen. Alleen maar schoonheid. Een prachtige laatmiddeleeuwse ‘Bewening’, waarbij de opdrachtgevers van het heilig aanzicht zich mee hebben laten schilderen als waren zij er werkelijk bij. Of een 17e-eeuwse ‘haal’: voor bij de kleine collectie ‘Halen & Wagen, die hangt in de Koffiekamer van het museum. Of een zeldzaam boek van Johannes Swammerdam, die als een der eersten onder de microscoop ‘Dierkes’ waarnam en ‘tot noch toe verborgene wonderen, tot kenisse Gods, en de onses selfs’ En een Koptisch weefsel; een liefdevol portretje van een dood kindje; 19e-eeuwse glaspositieven van Egyptische Farao’s en grafvondsten; een prentje van Cranach de Oudere; een Glazen Bol… tja, van die dingen.
Eenmaal thuis, bij het uitladen belandde ik van de drens in de drup en ging het regelrecht echt regenen. Maar in mijn schatten scheen de zon.