20/06/2026
HIMMELDONNERWETTER!
Juni 2026, de 19e. De dag was stovend heet. Het was alsof Gods hand ver boven ons hoofd een nieuw stoomstrijkijzer op volle kracht uitprobeerde. De temperatuur piekte voor het eerst in Nederland langdurig op 34⁰ Celsius en hier in Noordoost Groningen warmde de moltondeken al snel tot 32⁰ op.
In het museum was het slechts 20⁰, maar het bleef er stil. Geen mens dacht nu aan museumbezoek, alle zintuigen stonden op de stand ‘verkoeling’ en waar die te vinden? Dat het hier heerlijk toeven was, bemerkten nu uitsluitend de twee vrijwilligers van dienst. Pas om een uur of drie druppelden toch nog enkele bezwete bezoekers binnen en aan hen openbaarde de Muzeheerd een weldaad aan koelte en kunstzinnig genot.
Ook de avond bleef drukkend, toch besloten we om een uur of 22.00 nog even lekker buiten te zitten met een glaasje wijn. Nu had de buienradar aanvankelijk aangegeven dat Noordoost Groningen gespaard zou blijven, maar de weergoden besloten te elfder ure toch anders: noodweer boog deze kant op. Rood, heftig, vurig, en op volle kracht.
Nog zaten wij in rust op het tuinbankje tegen de kleine zuidmuur van het kantoortje in de Muzeheerd. Om ons heen: een hemelsblauw oplichtende zee van Campanula. In het zuiden weerlichtte het al geruime tijd, maar anders dan anders: het hield niet meer op. Ze moesten daarboven dat stroomdraadje nu eindelijk eens vastzetten, want het licht bleef maar knipperen. Feller en feller. De nachthemel bij daglicht. Keer op keer. Aan-uit, aan-uit. Een hemelse tl, die het opgaf.
Maar dan - het was even na middernacht - stak plotseling een felle wind op en veranderde de verre donder in een zwaar gedreun van aanstormende hoeven. De museumbanieren werden half van hun masten geblazen en opeens kletterden er bakken water zijwaarts naar beneden. Het geruis werd geraas; de ruiten trilden in hun sponningen.
En zo galoppeerden de onbarmhartige weergoden ook over dit vaak vergeten deel van Nederland. Ik vermoed dat de Muzen het op de een of andere manier met hen toch op een akkoordje hebben weten te gooien, want de schade rond de Muzeheerd bleef gelukkig verwaarloosbaar, terwijl ze elders toch een spoor van uiteengerukt land achterlieten.