Museum Møhlmann

Museum Møhlmann Museum Møhlmann-Appingedam is een uniek, onafhankelijk, particulier kunstenaarsmuseum voor realisme

GEERT PRUIKSMA  MET 22e FRANSEMALEZING IN MUSEUM MØHLMANN OVER BORGEN IN DE OMMELANDEN12 juni: 20:00 uur (graag delen)‘B...
31/05/2026

GEERT PRUIKSMA MET 22e FRANSEMALEZING IN MUSEUM MØHLMANN OVER BORGEN IN DE OMMELANDEN
12 juni: 20:00 uur (graag delen)

‘Borgen’ en ‘Ommelanden: twee eeuwenoude begrippen die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Sinds de 13e-14e eeuw raakten de Ommelanden rond de stad Groningen al meer en meer bepokt en bemazeld met borgen en steenhuizen. Het moeten er zeker 200 zijn geweest maar daar is nu nog maar een paar procent van over.

Geert Pruiksma, directeur van Museum Nienoord en bekend presentator van het programma BinnensteBuiten gaat tijdens de 22e Fransemalezing op zijn geheel eigen wijze in op dat rijke, Gronings verleden vol borgen. En daarbij gaat het ook al gauw ook over bestuur, over macht, conflicten, vrede en pracht. Wie woonden er? Hoe zag dat er allemaal uit en wat is daar nu nog van over? Laat het landschap nog sporen na en hoe herkennen we die? Dat belooft een sprankelende avond!

Slechts 16 Groningse borgen hebben de eeuwen tot de dag van vandaag doorstaan. Twee daarvan (Rusthoven en Landgoed Ekenstein) liggen op loopafstand van Museum Møhlmann, waar op vrijdagavond 12 juni om 19.30 uur de inloop is en de lezing om 20.00 uur begint. Na afloop is er nog gelegenheid tot rondkijken en een drankje. Het bijwonen van de lezing kost € 15,- en € 10,- voor Vrienden van het museum. I.v.m. het beperkte aantal zitplaatsen is aanmelden noodzakelijk*. U kunt een berichtje sturen naar: [email protected] of u aanmelden via de website www.fransemacollectie.nl.
* ER ZIJN MAAR 70 PLEKKEN EN OP IS OP!

Een kleine impressie...
26/05/2026

Een kleine impressie...

BEZOEK & DEEL BERICHTMeer dan de moeite waard. Ook 2e pinksterdag open. Komt allen!  Er is kunst, koffie, zon op het ter...
22/05/2026

BEZOEK & DEEL BERICHT
Meer dan de moeite waard. Ook 2e pinksterdag open. Komt allen! Er is kunst, koffie, zon op het terras en... een weldadig warm welkom! In Museum Møhlmann is kunstzinnig veel te zien!

20/05/2026

ALS DE REGEN DE RUIT TOT MATGLAS SLAAT – GEWAARWORDING AAN DE A6

Vandaag een vreemde rit door het land. Op de A6 was een auto in de greppel beland. Zo’n lage greppel, waar je niet in kunt zinken, maar evengoed wel in kunt verdrinken Beneden aan de berm, half op z’n kop, lag-ie met alle airbags volop. Ze puilden bijna bruusk naar buiten, dwars door de bol gebarsten ruiten. De wagen leek ver voorbij elk punt van herstellen; het koetswerk een ei, net gerold om te pellen. Het moet een enorme duik zijn geweest. En iets verderop stond een witte tent, die van elders een feest leek verweest.

Maar de weg daar was stil, er was geen verkeer; mannen in reflectie liepen heen en weer en op afstand keerden, stuk voor stuk, geruisloos verregende vrachtauto’s weer. En het regende, regende, en regende maar. De wissers wasten de ruiten klaar en dan ging weer heel even ‘t gas erop. En dan direct weer de rem. Een ibis stond stil verderop.

De file aan mijn kant was er vanochtend al vroeg – dat had ik op mijn mobiel gezien - en toen ik een paar uur later daar kwam: nog steeds! En ’t was al kwart over tien. Dit duurde dus nu al uren, maar ik wist toen nog van niks en vroeg me af, wat toch zó lang kon duren? Remlicht na remlicht, rood op mijn raam, sijpelde telkens een onleesbare naam die mijn wisser weer keer op keer wist.

En dan kruipt het moment van de waarheid nabij: geen scheur in het wegdek of verloren spijkers, nee, een file veroorzaakt door kijkers. Want direct daarna kwam er versnelling in de rijen en begon alles weer volop normaal te rijden.

Die herstart ging hakkelig - men was een uur lang stapvoets gewend – toen een doorzichtig stuk plastic het asfalt kwam opgerend. Vlak voor mijn neus - ook ik trok net op - buitelend, glimmend als een transparante cape, lichtte het bijna hemels op. Gedragen door pijlsnelle benen buitelde het naar de overkant, gelijk een schicht, of ja wat eigenlijk, een gevleugeld wiel misschien?

Mijn mond viel open en deed ik langzaam dicht. Had ik daarnet nou een ziel gezien?

NA 500 JAAR STILTE...U weet het misschien nog: De Muzeheerd is de ‘cappa’ (mantel) geworden van de Nicolaascapella, de l...
15/05/2026

NA 500 JAAR STILTE...
U weet het misschien nog: De Muzeheerd is de ‘cappa’ (mantel) geworden van de Nicolaascapella, de laatmiddeleeuwse Nicolaaskapel. Deze kapel is opgebouwd uit grote, grauwgeelgroene, 13e-eeuwse kloostermoppen van een gesloopt Fries klooster. En uit de even grote, maar iets plattere, rode14e- eeuwse kloostermoppen van een gesloopt Gronings klooster.

De twee noordelijke provincies waren in die tijd in hun oorsprong meer één dan nu, maar zijn in deze kapel na bijna 500 jaar weer innig herenigd, want uit de kloosterrestanten is nu een kapel herrezen. Door een heiden, maar in een christelijk licht.

Hoe wonderlijk is het dan niet om vanmiddag in de Nicolaaskapel negen vrouwen van de Kloosterkerkgemeente Ten Boer-Woltersum-St. Annen te mogen ontvangen, die hier hun middaggebed van 15 mei hielden. In kloosteropstelling (dat is tegenover elkaar), zongen ze en baden ze en eerbiedigden zij een lange stilte…

De kapelmuren zwegen, zoals ze dat altijd gedaan hebben, maar de kloostermoppen hebben eeuwenlang oeroude hymnen geabsorbeerd, eenstemmig Gregoriaans, of latere Polyfonie. Na de Reformatie werden ze ruw uit hun verband gerukt en bleven ze voor bijna een half millennium verstoken van elk gezang.

Maar vandaag klonk psalm 139 en lied 745 uit het Liedboek: ‘Nicolaos pleit voor ons’. En in de stilte hoorde ik een zucht van verlichting door de herenigde stenen gaan.

WELK SCHILDERIJ STAAT OP HET OMSLAG VAN HET BOEK EN WAAROM?Op het omslag van het boek ‘Behoudt het Schoone’, staat mijn ...
13/05/2026

WELK SCHILDERIJ STAAT OP HET OMSLAG VAN HET BOEK EN WAAROM?
Op het omslag van het boek ‘Behoudt het Schoone’, staat mijn voorlaatste schilderij uit 2013. Daarna hield ik definitief op met schilderen. Het heet ‘Van de veiling’. en past precies bij de inhoud van het boek dat gaat over verzamelen.

In het vorige bericht werden achter- en voorkant van het boek, opengeklapt, naast elkaar weergegeven. Het begin van de 3e alinea verwijst direct naar het schilderij. Er staat: “In 2010 overleed zijn muze Laura en kocht de verslagen kunstenaar zich bijna failliet aan de kunst (…) Het penseel hing hij definitief aan de wilgen”.

Dat heeft één op één met de voorstelling te maken. Het is niet alleen het bijna laatste schilderij; er staan ook o.a. antieke flessen op die juist op een veiling zijn gekocht. Bij dit soort flessen denkt men al gauw aan collega Helmantel, maar dat heeft hier niets mee van doen. Bovendien lijkt het me niet waarschijnlijk dat hij (zo) een krant zou schilderen, of het labeltje zou laten zitten. In dit geval is dat bewust gedaan omdat het weer zo’n merkwaardig ‘toeval’ in zich begrepen weet.

Waar de veiling plaats vond weet ik niet meer, maar als gezegd: nadat Laura op haar wolk was gestapt, ging gedurende ongeveer 2 jaar, al het geld en alle reserves, op aan troostaankopen, aan de tweede liefde: ‘schoonheid’. Volgens het fraaie ‘ouderwetse’ labeltje vond de veiling plaats in december 2012 en had ik o.a. lotnummer 1049 gekocht (er liggen meer labeltjes).

En nu komt het merkwaardige: Laura overleed in 2010 en was van 1949, dat zat in het lotnummer 1049, maar in de veiling van december 2012, zit óók haar geboortedag 20 december (20-12).

Ik moest dat vastleggen. Daarbij was zo’n fles ooit onze allereerste aankoop geweest van iets duurs in onze ‘arme tijd’ in Amsterdam. En in die 17e-eeuwse ‘kattekop’ weerspiegelt zich voor het laatst mijn atelierraam, waar ik zo blij mee was, omdat het pal noord lag en het mooiste noorderlicht doorliet.

De krant ten slotte, is ook historisch. Er is niets aan verzonnen, hij bestaat echt; je kunt hem zo uit het archief trekken. En niks van een foto natuurlijk, gewoon echt waargenomen en weergegeven, met verkort en al. De krant laat één van de vroegste berichten zien over de aardbevingen. Eergisteren nog hadden we er weer één in Appingedam van 1,9, maar destijds was net de ‘Klap van Huizinge’ geweest, die met 3,6 ook de politiek uit haar ontkenningsmodus schudde. De naam van minister ‘Kamp’ is linksboven goed te lezen.

Voor de volledigheid laat ik hier ook het hele schilderij zien, met links nog een antieke tafelbel en een flesje ‘Haarlemmerolie’; rechts een sluitgewicht waar ik nog enorm met het perspectief aan het worstelen ben geweest. En ik wist het toen nog niet, maar het houten tafelblad werd een springplank naar een nieuwe tijdperk.

BEHOUDT HET SCHOONE – EEN WONDERSCHOON BOEK EN BESTELLEN GAAT GEMAKKELIJK.Het is misschien goed om nog eens het pas vers...
13/05/2026

BEHOUDT HET SCHOONE – EEN WONDERSCHOON BOEK EN BESTELLEN GAAT GEMAKKELIJK.
Het is misschien goed om nog eens het pas verschenen boek ‘Behoudt het Schoone’ onder de aandacht te brengen. Het is een motto wat ik iedereen kan meegeven en voor mij persoonlijk een levensmotto. Vandaar dat het kon uitgroeien tot een inmiddels fiks museum. En als je dan 70 wordt en je kijkt eens goed naar de inhoud van je museum, dan blijken daar toch 44 verschillende collecties in te zitten, met daarbinnen weer een aantal deelcollecties.

In het boek worden ze allemaal kort beschreven met veel prachtige afbeeldingen. Het is als graaien in een schatkist, de juwelen glijden fonkelend door je vingers, de een nog mooier dan de ander. Maar het gaat ook over verzamelliefde en over wat het inhoudt om een museum te beginnen en overeind te houden.

Bestellen kan nog steeds, maak 29,50 (dit is inclusief porto) over op NL31RABO0367455382 t.n.v Museum Møhlmann en o.v.v. BhS en u ontvangt een exemplaar in de bus. Wilt u een gesigneerd exemplaar; geef dat even aan. De oplage is niet hoog: 480 exemplaren. Groot formaat, full color, 160 pagina’s.

Past op elke koffietafel en dan weet u meteen wat het museum allemaal in huis heeft.

MEESTERPRUTSERPEUTERPRIEGELAAR FRANS DINGEMANSE (1944-2026) HEEFT HET HEFT UIT HANDEN MOETEN GEVEN.Frans Dingemanse prut...
01/05/2026

MEESTERPRUTSERPEUTERPRIEGELAAR FRANS DINGEMANSE (1944-2026) HEEFT HET HEFT UIT HANDEN MOETEN GEVEN.

Frans Dingemanse pruts, peutert, prikt, pent, penseelt, en priegelt niet langer meer aan zijn wonderbaarlijke scheppingen. Het Zeeuws Wondertje heeft op 28 april op 81-jarige leeftijd zijn heft uit handen gegeven.

En zoals wel meer met wonderbaarlijke mensen: je hoeft ze niet innig te kennen om toch direct een band te hebben. Dat had ik met Frans. En omgekeerd ook. Denk ik tenminste. Vanaf 2004. Hij deed toen voor het eerst mee met een groepstentoonstelling. Met prachtige aquarellen, met mooie, 'bestorven' kleuren. Vanaf 2009 zou hij tot 2014 meedoen met diverse tentoonstellingen.

Daarna besteedde hij vooral tijd en aandacht aan zijn andere meesterwerk, het dikke boek ‘Zeeuwse Wondertjes’. Een absoluut standaardwerk over Zeeuwse mesheften, maar ook een wondertje van vertelkunst, eigen illustraties, spitwerk, snijwerk met aandacht voor het kleinste detail. Die aandacht voor het detail was kenmerkend voor hem. Of hij nu een mesheft sneed of een aquarel opzette; je kon er met een loupe overheen en reizen door de wondere wereld van het kleine.

In 2013 mocht ik van Frans een piepkleine bijdrage aan ‘De Schatkamer' ontvangen. Een houtsnijwerk-3-luikje van nog geen 5x3cm (x3). Een enorm cadeau! Hoeveel uren, hoeveel geduld, en hoeveel meesterschap en creativiteit zit daar niet in? En hoeveel liefde en aandacht?

Dat was Frans ook: liefde en aandacht. Een zeer zachtaardig persoon, altijd met een luisterend oor, zichzelf direct achter in de rij plaatsend. Geduldig dus ook, maar dat moet je ook wel zijn als je zo precies te werk gaat. En onbaatzuchtig. Toen ik na jaren arbeid en verzamelen het 17e eeuwse ‘Atelier van Adriaen van Ostade’ eindelijk af had - waarin alles authentiek 17e eeuws is - kwam Frans met… een 17e-eeuws Zeeuws mes met nog een flink deel van het houten heft. Geweldig! Hij ligt nu in het venster van Adriaens Atelier.

Nu heeft een Zeeuws mes, een Paeremes, soms een ‘kooitje’. Dat is een toppunt van snijmeesterschap. Frans kon dat ook. Dan werden in het heft rondom kleine spijltjes opengesneden en daarachter met oneindig geduld een holte gemaakt. Daarin bleef een houten balletje achter. Dat rammelde zachtjes bij iedere beweging en werd ‘het zieltje’ van het mes genoemd.

Nu Frans zijn heft uit handen moest geven, is die grote ziel uit zijn kooitje opgegaan. En die hoeft echt niet te rammelen aan de Hemelpoort. Die staat allang wagenwijd open.

RM

ERASMUS & ROBERTUS ONTMOETTEN ELKAAR NA 55 JAAR- DE CIRCEL IS RONDHet ligt in de diepte van mijn tijd, meer dan een halv...
30/04/2026

ERASMUS & ROBERTUS ONTMOETTEN ELKAAR NA 55 JAAR
- DE CIRCEL IS ROND

Het ligt in de diepte van mijn tijd, meer dan een halve eeuw geleden, maar het staat mij nog duidelijk voor ogen. Het was 1972. Ik was 16 jaar en de kunstenaar in mij was net opgestaan. Bewezen had-ie nog niks, maar ’t bonkte en beukte vanbinnen, het balde en bolde, het brandde en brieste, en ‘t wilde naar buiten, maar… dat mocht niet. Van mijn moeder niet. De dochter van mijn grootvader, de schilder J.C. Busé, vond tekenen prima, doch in je vrije tijd, naast je baan als ambtenaar of officier.

Hat was 1972 en een artikel in de krant verschijnt mij voor de geest. Vermoedelijk Het Haarlems Dagblad. En hij lag bij mijn grootvader op de salontafel in de voorkamer. Daar rook het naar boenwas, herdershond en sigaren. Hij was alleen. Zijn vrouw, mijn lievelingsoma, was nog niet zo lang geleden overleden. Vermoedelijk moest ik van thuis verplicht even langs, uit school. Schilderen deed-ie niet meer. Al dik 40 jaar niet meer. De Grote Beurskrach van 1929 en een jong gezin hadden hem destijds gedwongen tot een Atelier in Lederwaren met eigen tasontwerpen. Dat werd echter al spoedig een tassenzaak, waarvoor mijn oma de inkopen in Amsterdam deed.

Het schildersatelier op zolder lag bestorven onder een dikke laag stof. Ik heb het slechts één keer gezien, als klein jongetje en kreeg ontzettend op mijn donder van mijn grootmoeder. Later begreep ik: vanwege de vele naakten. Op zolder rook het naar leer; er stond nog een onverzettelijke ledernaaimachine en her en der lagen verdroogde rollen leer.

Op school ging het niet denderend. Ik was niet dom, maar veel te speels, en ik mocht graag stripjes tekenen, verhaaltjes verzinnen, of van de buurt een plattegrond maken. Maar hoe moest dat nou, als ik schilder wilde worden? Net als mijn grootvader, want dát wilde ik. Eerst je diploma! Daar werd thuis flink op gehamerd.

En toen zag ik die krant. Met in de kop de naam van Erasmus (wie heet nou net als Erasmus, dacht ik nog). Erasmus Bernardus von Dülmen Krumpelmann. Kunstschilder en ‘mann’ stond met twee ‘ennen’, net als in Møhlmann. Dat schept een band. Misschien was-ie 75 jaar geworden. Er was een foto bijgeplaatst van een gezette man in colbert (net als mijn grootvader droeg) en ik las: “het gymnasium ging bij mij de plomp in”. Dat maakte diepe indruk. Een diploma had je als schilder dus helemaal niet nodig! Allemensen, wat gaf dat een moed!

Vijf jaar later hanteerde ik zelf het penseel. En 45 jaar later zou zijn kleindochter, Lydeke, bij mij in het museum exposeren. En bijna 55 jaar later bemachtig op een veiling de schildersezel van mijn held Erasmus. Op de ezel staat een foto van de jonge kunstenaar Robertus. Mede dankzij Erasmus.

DICK MATENA WORDT NIET MEER VERVOLGDDe niet-stripliefhebber zal zijn wenkbrauwen fronsen en denken ‘alweer een crimineel...
27/04/2026

DICK MATENA WORDT NIET MEER VERVOLGD

De niet-stripliefhebber zal zijn wenkbrauwen fronsen en denken ‘alweer een crimineel vrijgesproken’, maar dat is niet het geval. Dick Matena (1943-2026) was tot gisteren een striptekenaar, die sterk heeft bijgedragen aan het ‘volwassen’ worden van de Nederlandse strip.

Zijn talent bleek al vroeg toen hij op 17-jarige leeftijd bij de Toonder Studio’s aan de slag mocht. Hij tekende al snel mee aan Tom Poes en Panda, twee figuurtjes van Marten Toonder die in hun fysiek dicht bij elkaar liggen. Dicks eerste strip Polletje Pluim (1967) ligt dan ook nog dicht tegen de sfeer van Marten Toonder aan met nevelslierten en grillige bomen, maar heeft al wel direct een eigen dynamisch karakter.

In 1968 verschijnt van zijn hand ‘de Argonautjes’ in het stripweekblad Pep. Ik was toen 12 en wist nergens van. Meer dan de Donald Duck kwam hier niet in huis. Maar zo rond mijn 14e mocht dan, na flink gesoebat, ook een abonnement op de Pep genomen worden. Een stripweekblad, waarbij je dus op het vervolg van de vervolgverhalen een week moest wachten. Dat geduld had je toen gewoon nog; kom daar nu nog eens om.

En daar kwam in 1971 Matena opeens met Grote Pyr, getekend in een geheel eigen, wat hoekige, maar flitsende stijl. Tegelijkertijd tekende voor Pep ook de één jaar oudere Fred Julsing (1942-2005) en de twee jaar jongere Daan Jippes (1945). Hun stijl leek mij toen nóg iets flitsender en geraffineerder, maar dit drietal wist het wat brave tekenniveau van de Nederlandse strip enorm op te vijzelen. En daar kon je Martin Lodewijk (1939) en generatiegenoot Peter de Smet (1944-2003) aan toevoegen. Het werden de ‘Gouden Strip Jaren’ en Matena maakte daar deel van uit. In 1977 maakte ik nog kennis met zijn jongste strip 'Virl', een realistisch getekende sciencefiction strip in een vloeiende, filmische stijl met een sterke zwart-wit werking, een beetje een 'comic-noir'. De strip werd volwassen, de strip werd modern.

Daarna verloor ik Matena uit het oog, want dat is precies het jaar waarin ik zelf mijn eerste stapje op het glibberige kunstenaarspad zette. Maar in 2001 kreeg ik in de gaten dat hij nu literatuur aan het verstrippen was. En notabene ‘De avonden’ van Gerard Reve! En nog goed ook! Ga dáár maar eens aan staan! Er volgden nog meer werken van schrijvers, maar ook Pietje Bell en Dick Trom en…de jongens van de Kameleon. En laat ik daar nu net vanavond, een paar uur na de tijding van zijn overlijden, een originele pagina* van bemachtigen. Dankjewel Dick, ik hou je stevig in handen.

En nu? Nu schuift Matena ongetwijfeld gezellig aan op de banken van de ellenlange tekentafel in de Hoge Stripzaal van het Walhalla van het Beeldverhaal, waar de muren uit pennen, potloden en penselen bestaan, het dak uit gummen en dekverf, en de tafels inkt en inktzwart zijn. Op de tafels staan alle soorten drank en rookgerei en de zaal zelf staat blauw van de rook. Er klinkt ook een luid gekras van pennen en je hoort het flitsend zwiepen der vaardige penselen. En daar klinkt de lach van Franquin, en - hoho - links rent de lolsmurf er met het zwaard van Storm vandoor. En...

…plots klink er iets uit de krakende luidsprekers. Het is een mededeling uit de Schrijverszaal, wat verderop: “Verzoek aan de heer Dick Matena: Gerard heeft alweer een nieuwe roman af en Simon zojuist zijn vijftigduizendste Kronkel; wilt gij die hiernamaals verstrippen?”

Dick grijpt zijn puntenslijper en slijpt zijn potlood.

* De getoonde pagina's zijn uit de Collectie Originele Striptekeningen. De collectie telt ruim 200 originelen.
De 1e pagina is uit Schippers van de Kameleon
De 2e pagina is uit Grote Pyr - De IJzeren Dame
De 3e pagina is uit Virl
De collectie Nederlandstalige Beeldverhaal van Museum Møhlmann telt zo'n 13.000 albums en bladen.

Adres

Westersingel 104
Appingedam
9901GK

Openingstijden

Vrijdag 13:00 - 17:00
Zaterdag 13:00 - 17:00
Zondag 13:00 - 17:00

Telefoon

+31596682856

Meldingen

Wees de eerste die het weet en laat ons u een e-mail sturen wanneer Museum Møhlmann nieuws en promoties plaatst. Uw e-mailadres wordt niet voor andere doeleinden gebruikt en u kunt zich op elk gewenst moment afmelden.

Delen