18/08/2026
Transport IV verliet de Dossinkazerne op 18 augustus 1942. Geen enkele van de 1.000 gedeporteerden overleefde de kampen. Aan boord zat ook de 13-jarige Majer ‘Max’ Igielnik. Dit is zijn verhaal.
Majer Igielnik werd geboren op 12 maart 1929 in de Poolse stad Chmielnik. Hij was de jongste zoon in het gezin van kleermaker Chaim Igielnik en Ruchla Schwarz. Kort na Majers geboorte vertrok zijn vader naar België. De rest van het gezin volgde in oktober 1930 en vestigde zich in Brussel.
Het gezin had het niet makkelijk omdat de gezondheid van moeder Ruchla zienderogen achteruit ging. Op 20 oktober 1937 stierf ze na meerdere ziekenhuisopnames. Majer was op dat moment 8 jaar oud en werd samen met zijn drie broers en zus voortaan alleen door zijn vader opgevoed. Enkele jaren later werd hun leven verder bemoeilijkt toen het Duitse leger België binnenviel en het gezin niet langer veilig was, gewoon omdat ze Joods waren.
In augustus 1942 liep Majer over straat in Brussel toen hij plotseling werd opgepakt. De 13-jarige jongen werd na een korte opsluiting in de gevangenis van Sint-Gillis naar de Dossinkazerne gebracht. Op 16 augustus 1942 schreef hij een briefkaart aan zijn vader en oudere broers en zus, waarin hij vroeg of ze hem een pakket met kleding, eten en een tandenborstel konden opsturen. Hij zei dat zijn vader zich geen zorgen hoefde te maken en dat hij zichzelf wel kon redden. Twee dagen nadat hij zijn brief verstuurde, werd Majer op Transport IV naar Auschwitz-Birkenau gezet. Als jonge tiener, zonder enig familielid om op terug te vallen, kwam hij op het transport terecht. Hij werd bij aankomst vermoedelijk meteen naar de gaskamer gebracht.